''Boesschoten 1944 - 1945 ''



Titel :Dagboek Johannes Petrus Gerardus Maria van Boesschoten
Subtitel :Tiel 1944 - 1945
Met dank aan: Albert Jan Mol

Dagboek van Boesschoten 1944 - 1945

Wereld Oorlog 1940-1945

Zaterdag 14 Oct.
44

Uit Maas en Waal worden de gravers op de uiterwaarden onder Echteld beschoten, waarbij een Tielsche jongenman het leven liet.
In allerlei richtingen ontploffen granaten.
Bij de 1e kanaalbrug krijgt een woning een treffer waardoor dit huis zwaar beschadigd wordt.
Er lopen geruchten, dat Tiel zal moeten evacueren.

Zondag 15 Oct.
Een zeer onrustige nacht, waarin veel geschoten wordt.
Om 2 uur des middags komen granaten uit Wamel en gieren over de stad.
Deze geallieerde activiteit is nog niet voldoende, want omstreeks 4 uur komen vliegmachines, die met boordwapens de stellingen op den Ophemertschen dijk bestoken.
Op de spoorlijn en de kweekerij "De Wingerd" worden splinterbommen geworpen.
Een bewoner vlakbij krijgt een hartverlamming van de emotie.
Zeer laat in het nachtelijk uur worden de bewoners van Passerwaay beschuldigd een militair te hebben geslagen.
Als straf wordt de gehele rij woningen langs den teen van de dijk met handgranaten in brand gegooid.
Er waren bewoners van ver in de tachtig, hulpbehoevende menschen die zich zelf maar moesten trachten te redden.

Maandag 16 Oct.
De Wamelsche toren wordt onder vuur genomen door de Duitschers.
De geallieerden richten hun vuur op de Echteldsche uiterwaarden waarbij weer een man slachtoffer wordt.


Dinsdag 17 Oct.
Een groote boerderij aan de Mauriksche straat werd in den afgeloopen nacht in brand gestoken omdat de bewoner op een Duitschen soldaat zou hebben geschoten.
Des morgens werd bekend gemaakt, dat jongelui van 17 tot 25 jaar zich moeten melden voor graafwerk.
Zij moesten een bord met lepel en een deken meebrengen.
Er gaan zich vele jongens melden om de bevolking te sparen.
Eenige Duitsche mariniers gaan met een bootje naar de overzijde.
Toen ze na een uur ongeveer op de uiterwaarden heen en weer te hebben geloopen, terugvoeren naar de Tielsche zijde, brachten ze een gevangene mee die aan het been verwond was.
Toen hij eenige menschen bij de Plantage passeerde, riep hij.
Ik kom uit Hilversum.
De E.H.B.O.
haalt 3 gewonde Tielsche gravers uit Echteld.

Woensdag 18 Oct.
Echteld moet evacueren.
Ons werd bevolen naar Elst te gaan, wat wij liever niet deden.
Met mijn gezin en nog 3 gezinnen vertrokken wij in een spoorwagen waarin wij veel goed mee namen naar station Tiel.
Den gehele dag regende het.
Des avonds om 7 uur kwamen wij te Tiel aan waar wij liefderijk door de chef werden ontvangen.
Wij kregen daar het vrachtgoederen kantoor als woon en slaap verblijf.
Verder nieuws: Alle aangebrachte telefoonverbindingen der Duitschers in de stellingen om de stad, worden opgeruimd.
Deze dag verloopt vrij rustig.
In de nacht breekt weer een roffel van granaten los zonder veel schade aan te richten.

Donderdag 19 Oct. Des avonds om 9 uur plotseling een hevige aanval met granaten uit Maas en Waal op de stad.
De bewoners langs den dijk worden gedwongen in de Duitsche bunkers te schuilen.
Het vuur duurt voort tot 1 uur des nachts.
Het eerste schot komt terecht in het Nachtegaalslaantje waar een kind wordt vermorzeld.
Verder inslagen in Fabriekslaantje, 2e Achterstraat, R.K.
kerk, Hoveniersweg; enorme glasschade.
Echteld, Lienden, Ommeren en Ingen moeten worden ontruimd.

Vrijdag 20/10
In de morgenuren regelmatige beschieting.
De achterstraat krijgt 4 treffers waarbij een vader en dochter zwaar gewond werden.
Om 4 uur in den middag hevige beschieting waarbij worden getroffen de percelen van de firma's De Gruyter, Verbruggen, Van Loon, De Jong, Lebbink & Zn., van Heuven, Het Hoogehuis, het kantoor van de centrale keuken en in de Agnietenstraat vele ruiten sneuvelden.
Dit duurde tot 5 uur.
Des avonds om 11 uur volgde tot 4 uur 's nachts een aanval, waarbij de granaten over de stad gierden in de richting Zoelen.
Vele bewoners verlieten de stad om buiten rust te vinden.
De E.H.B.O.stelt een nachtdienst in.

Zaterdag 21/10
Hoewel in Tiel vrijwel elk strijdbaar materiaal der Duitschers ontbreekt, wordt uit Maas en Waal de geheelen morgen het vuur op de stad gaande gehouden.
Omstreeks 1 uur breekt een tank concert los, dat hooren en zien vergaat.
Fluisterend gaat het bericht door de stad, dat er bericht naar de geallieerden in Druten is gezonden, dat al dit geschiet hopeloos verknoeien van munitie betekent, dat de inwoners van Tiel op groote kosten worden gejaagd en dat de bevolking met niet al te vriendelijke gedachten ten opzichte van de bevrijders bezield is.
Of dit geholpen heeft is nooit bekend geworden.

Zondag 22 Oct.
Zwaar kanongebulder uit drie richtingen naar 's Hertogenbosch.
In de nacht van Zondag op Maandag passeeren zware tanks door Maas en Waal.
Ook Zaltbommel beschoten.

Maandag 23 Oct.
Bericht komt binnen dat de geallieerden bij fort Andries hebben door gestooten in de richting van den Rijksstraatweg Den Bosch-Vianen.
Bevestiging is niet te krijgen.
Het kanongebulder uit die richting blijft ononderbroken doorgaan.
Des middags om 3 uur worden er 6 gijzelaars gearresteerd; tegen den avond worden er 4 losgelaten.
Niemand weet waarom deze arrestatie geschiedde.
Een duitsch militair deelde mede, dat er een rubberboot was gevonden, waarmede de gearresteerden de Waal wilden oversteken.
Er waren ook teekeningen in beslag genomen, waarop de gehele situatie van de verdediging van Tiel stond.
In de nacht van Maandag op Dinsdag steeds kanongebulder.
Vliegtuigen werpen bommen af in de omgeving van de stad.
Op de Grootebrugsche Grintweg wordt een man een hand afgeschoten.

Dinsdag 24 Oct.
In de middaguren vele treffers in het Nachtegaalslaantje.
Het privé kantoor v/d Mij De Betuwe N.V.
wordt geraakt.
Omstreeks 10 uur in den avond wordt zwaar granaatvuur op Tiel en Echteld geopend uit de richting Dreumel.
Op de Waarden onder Echteld worden 3 Tielenaren gewond.
Geen treffers op de stad.

Woensdag 25 Oct.
Den geheelen dag zwaar kanonvuur.
In de middaguren trilt en rammelt alles in de stad.
Het vuur lijkt van zeer dichtbij richting pal Zuid te komen.
Granaten slaan in bij de firma's de Widt, Dikkers, Tolhuisstraat v.
Dalen, Spies, Kleibergstraat en van Offerden Weertstraat.
Een stroom Duitsche auto's trekt uit Echteld door Tiel en wordt door tankvuur uit Maas en Waal achtervolgd.
Alle huizen daveren van het geknal.
Er wordt weer een gijzelaar losgelaten.
Het noodziekenhuis in de Ambachtsschool wordt ingericht.
In 3 uren tijd worden 25 patinten uit Bethesda met ledikanten en alle toebehooren van Bethesda naar de Ambachtsschool overgebracht.

Donderd.
26 Oct.

Duitschers gooien met handgranaten in de Plantage tot grooten schrik der omwonenden.

Vrijdag 27 Oct.
Om 4½ uur in den morgen dreunt alles van de inslagen bij Echteld.
Op den Ophemertschen dijk begaan enkele gravers de onvoorzichtigheid boven over den dijk te loopen.
Onmiddellijk wordt het vuur uit Wamel geopend en worden 13 inslagen in en om het huis van Vissers geteld.
Voor den deel van deze Hofstede wordt de sluiswachter tegen een muur verpletterd.
Des avonds om 8-3/4 uur tot 11 uur een geweldig vuur op de stad, omdat Duitsche tanks de stad passeeren.
Verwoestingen worden aangericht in hotel "Telkamp" de huizen van de heeren Baert en v.
Hees aan de Beatrixlaan.
Treffers in de Bleekveldstraat, R.K.
Kerk en de St.
Maartens kerk.
Twee Tielsche gravers onder Ijzendoorn gewond en door de E.H.B.O. naar Tiel vervoerd.

Zaterdag 28 Oct.
Beschieting van den Waaldijk waarbij 1 doode en 1 gewonde.
In de morgenuren worden de bewoners van de Rietmattenstraat, de Dijkstraat en de Kwelkade aangezegd dat zij voor Maandag 30 October, 8 uur in den morgen, alle woningen moeten verlaten hebben.
Enkelen meenden, dat deze ontruiming van slechts korten duur zou zijn en lieten hun heele bezit achter.
Zwaar granaatvuur op Echteld.

Zondag 29 Oct.
Na een nacht van zwaar geschutvuur dat gericht was op Zaltbommel, kwam de dag met een stroom van vliegtuigen en een regen van granaat inslagen op de stad.
In de Kleibergsche straat en op den Grootebrugschen Grintweg komen treffers terecht, o.a. in de plakkamer en het ketelhuis van "De Betuwe".
De politie gaat verschillende kelders controleren of ze bruikbaar zijn als schuilplaatsen.
Steeds meer Tielenaren trekken in de avonduren naar buiten de stad om daar te overnachten.
De R.H.B.S. wordt ingericht voor zieken en ouden van dagen.

Maandag 30 Oct.
Een rustige morgen.
Circa 12.15 uur een regen van granaten op den Grootenbrugsche Grintweg waarbij een treffer komt in de pulpfabriek van Mij. "de Betuwe".
Er zijn 2 gewonden op de Grootenbrugsche Grintweg die niettegenstaande het voortdurende gevaar aldaar, toch door de E.H.B.O. worden overgebracht naar de R.H.B.S.
Des middags wordt de laatste bijeenkomst gehouden in de Grote Kerk.
Het gevaar wordt steeds groter.

Dinsdag 31 Oct.
Alle mannen tot 40 jaar moeten zich gaan melden.
Het Roode Kruis vergadert om te bespreken op welke wijze de mannen die hier aan verbonden zijn vrijgesteld kunnen worden van het graven.
Den geheelen dag wordt er op de stad geschoten, zonder veel schade aan te richten.
Tegen den avond wordt het rustiger, wat een heele opluchting voor de bewoners van Tiel beteekent.

Woensdag 1 Nov.
Een droefgeestige dag.
Regen en wind, koud guur weer.
De mannen worden op straat samen gedreven; ze moéten zich melden voor Duitsche hand en spandiensten en ze willen niet.
De angstigen verdringen zich bij de Ortskommandantur om vrijstellingen; zonder resultaat.
Om 11 uur suizen de granaten over de stad tot 1 uur.
Treffers in de Stationsstraat.
Bijna alles zit in de kelders.
Op straat ziet men zoo goed als niemand.
Tegen 3½ uur slaan plotseling enkele granaten in de Waterstraat neer.
De stukken puin vliegen overal heen en toch is hulp groot noodig want de kreten om hulp doen het ergste vermoeden.
In de Waterstraat liggen 2 dooden en 14 ernstig gewonden.
Hulp wordt geboden niettegenstaande de granaten links en rechts blijven inslaan.
In het Ruiterstraatje liggen 3 gewonden.
De E.H.B.O. doet goed werk.
Tegen duister trokken massa's naar buiten, door regen en wind, een hopeloze groep.
Om 10 uur begint het geknal weer; het lijkt nog geweldiger dan bij daglicht.
Deze woensdag was een zeer zwarte dag voor Tiel er waren 5 dooden, 14 zwaar en een aantal lichtgewonden.

Donderdag 2 Nov.
Om 6 uur in den morgen davert fel geschutvuur op de stad, waarbij 4 personen worden gedood en vele gewond.
Alles wat niet noodzakelijk de straat op moet, verblijft in de schuilplaatsen.
In de omliggende dorpen zijn de Duitschers bezig zich te nestelen.
Er is veel paardenvolk gekomen.
In den nacht is het rustig, alleen aanhoudend geschutvuur in de verte.

Vrijdag 3 Nov.
De rustige nacht eindigt om 4 uur in den morgen, als plotseling granaten van zeer zwaar kaliber op de stad worden afgevuurd uit Maas en Waal.
Treffers komen terecht op het Station, de Heiligestraat en Bönhofflaan.
Deze felle aanval brengt een aantal gewonden.
Hoewel in Drumpt, Zoelen en Kerk-Avezaath vele Duitschers zijn komen in Tiel slechts enkele kleine groepjes voor, die zich echter angstvallig schuilhouden.
De granatenregen houdt den geheelen dag en de daarop volgende nacht aan.
Een zwaar trommelvuur in de richting van Ochten.

Zaterdag 4 Nov.
De week van 29 October tot 4 November heeft in onze stad gekost 8 dooden en 37 gewonden.
De E.H.B.O. heeft zwaar en moeilijk werk verricht.
In den morgen van dezen Zaterdag om half zeven begint het geknal alweer.
Bijna niemand durft zich op straat te vertoonen.
In zaal 2 van Bethseda, waar enkele gewonden uit de Waterstraat waren ondergebracht, kwamen twee treffers van zwaar kaliber.
Gelukkig zonder menschen te verwonden.
In de stad wordt een persoon gedood en 4 gewond.
De middag was rustig en het bleek dat de Ambachtsschool (lazaret) en het gebouw van Tielerwaard treffers hadden gekregen.
Het gebouw van de telefooncentrale wordt als verpleeginrichting in gebruik genomen.
Van des avonds 7 tot 7.45 trekken ontelbare vliegmachines over de stad.
De nacht blijft rustig.

Zondag 5 Nov.
Des middags om 4 uur wordt de stad weer doelwit van de kanonnen aan de overzijde van de Waal opgesteld.
Het Schoolstraatje en de Kerkstraat krijgen vele treffers.
Er wordt, onbegrijpelijk, slechts 1 gewonde gerapporteerd.

Maandag 6 Nov.
Van 7 tot 9 uur in de morgen een geweldig kruisvuur.
Getroffen worden huizen op de markt, in de Voorstad, de Westluidenschestraat, de Nieuwe weg, waar 2 menschen worden gedood.
Alles wat kan huist ondergronds.
Met enkele oogenblikken onderbreking wordt den geheelen dag geschoten van beide zijden.

Dinsdag 7 Nov.
De dag begint met regelmatig over en weer schieten.
Des middags komen eenige treffers op de groote kerk, waar een aantal menschen een schuilplaats hadden gezocht.
Een geweldige paniek was het gevolg, toen een regen van puin uit de gewelven naar omlaag stortte.
Op de veemarkt lag een man die doodelijk getroffen was, het bleek een evacué uit Zierikzee te zijn.
Er waren ook treffers op de Betuwe en bij de firma Daalderop.
De E.H.B.O. moest patiënten van het Ambtshuis overbrengen naar de kelders van het St. Andreas gasthuis.
Bij het binnenbrengen werd dit ziekenhuis door een paar treffers geraakt en door den geweldigen luchtdruk werden 4 E.H.B.O.ers, een bakfietsman en een patiënt tegen den grond geslagen en onder puin bedolven.
Er werd echter niemand gewond.

De heer P.Cammans te Tiel is doende de geschiedenis te schrijven van : Tiel in de laatste honderd jaar, maar graag een antwoord hebben op de volgende vier vragen.
    1e Hoe heeft de ondergrondsche te Tiel gewerkt en wat waren de resultaten.
    2e Waarom hebben de geallieerden die toch vaak hier kwamen en die toch zeer goed wisten, dat de weerlooze bevolking geheel op hun hand was, Tiel dat toch geen gevechtsfront was, zoo zwaar beschoten?
    3e Waarom is de Duitsche dieventrein, die elken avond ongestoord het geroofde naar Geldermalsen bracht, zelfs bij heldere maan, nooit beschoten? Ja zelfs op 1 Jan. 45 nadat het station 's middags door zwaar geschut uit Lidt hevig beschoten was, kwam 's avonds, toen we in den kelder zaten, alsof er niets gebeurd was, weer om 8 uur de Duitsche locomotief den gereedstaanden dieventrein halen. 4e Waarom is de spoorwegbrug over het kanaal bij Wadenoyen nooit vernield, iets wat ik herhaaldelijk heb aangeraden als zijnde het eenige middel om dat rooven te beletten?


Woensdag 8 Nov.

De nachtrust werd gedurig verstoord door granaatvuur.
In den vroege ochtend werd van beide zijden gevuurd, doch het Duitsche vuur had, door een goede kijker gezien, geen noemenswaardig succes.
De geallieerden geleken wel het plan te hebben de stad Tiel uit te roeien.
Des morgens om 8 uur kwam het bevel, dat de stad ontruimd moest worden ten Oosten van de Kerkstraat en den Binnenweg voor Donderdag 9 November des avonds om 7 uur.
Groote verslagenheid onder den winkelstand.
Groepen menschen verdringen zich voor het politiebureau om uitstel te vragen.
Alles liep en draafde om een onderkomen te zoeken.
Het vuren op de stad houdt aan.
Treffers op de fabriek van de firma Daalderop, op het Hoogeinde achter het politie bureau en op het St.
Andreas Gasthuis.
De mannen moeten zich weer gaan melden voor slavendiensten.
Overal ziet men karretjes rijden met huisraad.
Een groot wonder is dat er deze dag geen menschen worden getroffen.

Donderdag 9 Nov.
De nacht, met angst tegemoet gezien, bracht groote verademing.
Geen schot werd gehoord: het was benauwend stil.
Zou de geweldige schietpartij van den vorigen dag tot gevolg hebben, dat de bevrijders de rivier overkwamen?
Er gebeurde niets.
Enorme hoeveelheden vliegmachines trekken over.
Bij het krieken van de dag heerscht er groote drukte op straat.
Onder daverend geschiet van de overzijde wordt in stroomenden regen op allerlei vervoermiddelen getracht huisraad uit het te ontruimen gebied over te brengen naar andere gedeelten van de stad.
In alle richtingen verplaatsen de winkeliers hun bezittingen, velen trokken naar buiten de stad.
De Duitschers maken direct gebruik van de ontruiming der stad en vorderen machines.
Er komt een treffer op een huis in de Heiligenstr, waar een vader ernstig gewond wordt en de zoon van 14 jaar gedood.
De E.H.B.O. transporteert zieken en gewonden uit het te ontruimen gebied naar Utrecht en Opijnen.
Tegen den avond is de middenstad een troosteloos toonbeeld van eenzaamheid.

Vrijdag 10 Nov.
De binnenstad wordt met prikkeldraad afgesloten.
Nu en dan worden er salvo's op de stad gelost.
Uit Echteld komen transporten binnen van verpleegden; onder steeds inslaande granaten doet de E.H.B.O. haar plicht.
Vele gewonden worden gebracht naar Opijnen en Buren.
De nacht bracht rust.

Zaterdag 11 Nov.
Overal worden in de stad biljetten opgehangen: "Plunderen wordt met den dood gestraft."
De Duitsche dieven, die den Vrijdag goed besteed hadden door op de Markt in de Weerstraat met groote vrachtauto's de verlaten huizen leeg te rooven, waren blijkbaar bevreesd, dat er nog anderen hun e.a. zouden betwisten.
In de lucht heerscht groote activiteit.
Er is een vliegmachine in Maas en Waal, die langzaam en laag zweeft, veelal iets meer dan de hoogte van de dijk.
Dan stijgt deze machine hooger en cirkelt boven de stad, waarna onmiddellijk de granaten op vaste doelen worden afgeschoten.
De machine keert naar haar basis terug om hetzelfde spel eenige malen te herhalen.
Het blijkt dat deze machine gebruikt wordt om de uitwerking van het granaatvuur te controleren.
De bevolking doopt deze machine met den naam "Puinkijker".
Den geheelen dag duurt het granaatvuur op de stad.
De E.H.B.O. transporteert zieken van het St. Andreas Gasthuis naar de Ambachtsschool.


Zondag 12 Nov.
De toren wordt beschoten, eerst des morgens van 7-8 uur en daarna des middags van 4-6 uur.
Er zijn enkele treffers en 4 gewonden.
Verder zijn er treffers op Thedingsweert waarbij 5 menschen gewond worden.
Ook treffers op het Hoogeinde en het Andreas Gasthuis.

Maandag 13 Nov.
Groote gebeurtenis: de N.S.B.er Mr. Beekman wordt Burgemeester van Tiel.
De groote Kerk en de R.K.Kerk krijgen weer treffers, evenals het huis van het hoofd der school aan den Achterweg.
De E.H.B.O. transporteert zieken van de R.H.B.S. naar Beesd.
De nachten zijn benauwend stil.

Dinsdag 14 Nov.
Des morgens om half acht davert een roffel van granaten over de stad.
Om half 12 herhaalt zich dit spel en om 2.45 volgt weer een herhaling.
Felle schoten knallen over de stad zoodat de meeste bewoners dekking zoeken onder de huizen.
Dien dag valt er een doode.
Des nachts om 2 uur wordt de stad weer onder vuur genomen.
Toch brengt de E.H.B.O. een patiënt naar het gebouw van de P.T.T. aan de Achterstraat.

Woensdag 15 Nov.
De binnenstad ligt vrijwel geheel verlaten, omdat, op een enkele uitzondering na, niemand binnen het met prikkeldraad afgepaalde gebied mag komen.
Sedert enkele dagen zijn kleine groepen Duitschers op geheimzinnige wijze aan het werk in enkele uithoeken van de stad.
Des morgens om 6.15 van dezen dag trilt de geheele stad ten gevolge van enkele geweldige explosies.
Wij gaan kijken en vinden de Zandwijksche poort met groote puinhoopen.
De 2 stabiele gebouwen, die den ingang tot de stad vormen , zijn door de kultuurbeschermers opgeblazen en onze stad beroofd van iets aparts.
Maar er was nog meer.
De fraaie Waterpoort, waarop elke echte Tielenaar zoo trotsch was, heeft 't door de vernielzucht der verwanten overheerschers moeten afleggen.
Als een geknakte vogel ligt het mooie torentje tusschen de brokstukken van dit monument neergesmeten.
Nog meer explosies volgen.
Een deel van het Ruiterstraatje is tot puin vervormd.
Russische slaven worden naar de puinhopen gedreven en moeten de groote brokken opstapelen tot barricaden.
Steeds hooger rijzen deze belemmeringen en steeds hooger staan de Duitsche slavendrijvers en bevelen van hun hooge standplaats de zwoegers de puinhoopen stabieler te maken.
Tielenaren worden in het vrije gebied van de stad opgevangen en naar de barricaden gedreven om te helpen want er schijnt gevaar te dreigen voor de bezetting.
Van geallieerde zijde wordt geen schot gelost.
Wel schieten de Duitschers steeds naar Maas en Waal.
Des avonds om 7 uur komt het granaatvuur van de overzijde op Tiel.
De nacht was stil.

Donderdag 16 Nov.
In de stad heerscht groote beroering.
Alle mannen van 17-60 jaar moeten zich gaan melden bij het politiebureau om puin te gaan stapelen.
Tiel schijnt geen mannen te hebben.
De bevolkingsregistratie schijnt ook niet bijster in orde te zijn.
Slechts een goede 100 man meldt zich.
De geallieerden hebben in de morgenuren weinig belangstelling voor Tiel.
De Duitschers gaan in hun overmoed met handgranaten gooien met gevolg dat tegen 2.45 uur de granaten van de overzijde aan komen razen.
Ze fluiten angstwekkend door de lucht, doch de gedwongen arbeiders moeten blijven puin stapelen.
Er wordt 1 persoon gedood en één gewond.

Vrijdag 17 Nov.
Het gerucht verspreidt zich, dat geheel Tiel moet evacueren.
Officieele instantie van de Duitschers verklaren dat er niets van bekend is.
Razzia's worden gehouden op mannen die moeten helpen bij de barricades.
De brug over de singelgracht wordt opgeblazen.
Zwaar vuur op de stad; ook door de Duitschers wordt geschoten.
Des middag worden biljetten opgehangen, dat Tiel binnen 14 dagen ontruimd moet zijn.
Vele ruiten worden vernield.
Op deze woeligen dag volgt een rustige nacht.

Zaterdag 18 Nov.
De Betuwe zit thans twee maanden in den oorlog en dagelijks gieren de granaten over en op de stad.
De bevolking is reeds aardig gewend aan het geluid en weet haast met zekerheid te bepalen, als de eerste schoten gelost zijn, in welke richting ze terecht zullen komen.
Een rustige nacht werd reeds vroeg afgebroken door dreunende schoten, afkomstig uit Maas en Waal.
Enkele moedigen hadden zich op straat gewaagd om de noodzakelijkste inkoopen te doen.
In verwarring vluchten ze huizen binnen.
De voordeur van de meeste woningen staan los; dit is sedert kort bevolen, opdat men bescherming zal kunnen vinden.
Er hangen weer biljetten waarop de evacuatie bevolen wordt.
Er is vastgesteld dat een zeker getal van de inwoners blijven mag in verband met de voedselvoorziening.
Een zware explosie wijst er op, dat weer een of ander gebouw de lucht in gevlogen is.
Het blijkt een tweede poging om de brug over de singelgracht te vernietigen.
Zware stukken steen vliegen door de lucht en verwonden 2 menschen.
Ook wordt een deel van het Zoutkeetstraatje opgeblazen.
De toren van Wamel krijgt enkele treffers.
In de avonduren wordt met sterke zoeklichten door de geallieerden gewerkt.

Zondag 19 Nov.
In den afgelopen nacht dreunden zware explosies; het kanonvuur davert en vele vliegtuigen trekken over.
Steeds hoort men Duitsche jagers, die de vliegtuigen de Engelschen zoeken en het gerikketik der mitrailleurs en de lichtflitsen der lichtgevende kogels doet vermoeden dat daar hoog in de lucht verbitterd wordt gestreden.
In den morgenstond dreunt aanhoudend het geschutvuur aan beide zijden.
De evacuatie naar Beesd begint, de bevolking van Walstede, het Oud Burger mannen en vrouwenhuis en de jongens uit het Weeshuis worden getransporteerd.
Enkele zieken, waarvoor het vervoer funest zou zijn, worden ondergebracht in het Ambmanshuis.

Maandag 20 Nov.
Een Tielsche jongeman wordt wegens plunderen opgepakt.
Een vieze regen maakt alles triest; en in deze grauwte sjouwt men met beddegoed, terwijl de schoten knallen en de projectielen gierend over onze stad vliegen.
Tegen de middag dreunen donderende slagen en stofwolken verduisteren de toch al zoo gore atmosfeer.
Stukken steen van kilo's zwaarte vallen overal neer, het regent letterlijk brokstukken.
Een gedeelte van den Nieuwen Tielsche weg is de lucht in gevlogen.
Al deze vernielingen hebben ten doel de geallieerden te beletten Tiel binnen te rukken.
De geallieerden schijnen in het geheel geen plan te hebben ooit zoo iets te zullen ondernemen.

Dinsdag 21 Nov.
De morgen is vrij rustig.
Vele bewoners slaan hun bivak op bij de bewoners op den Lingedijk over de spoorlijn.
Engelsche vliegtuigen worden door afweergeschut uit Geldermalsen onder vuur genomen.
Om 2 uur scherp kanonvuur uit Maas en Waal.
In de stationsstraat vliegen kogels door de huizen heen, een boort er een gat door het internaat en komt in de kap van de school aan de Jac. Cremerstraat waar de pannen in het rond vliegen.
De toren wordt onder vuur genomen en ter hoogte van de wijzerplaat ontstaat een geweldig groot gat.
De post daar door de Duitschers geplaatst bestaande uit 7 man kan niet langs "legalen" weg naar beneden, doch moet zich met touwen laten zakken.
Het monumentale bouwwerk wordt ernstig geschonden, het was evenwel slechts een begin.
Een granaat valt in de Rozenstraat, ontploft daar en een man wordt gedood.
Het regent onbarmhartig.
Toch moeten de zieken uit de Ambachtsschool op voertuigen waar anders goederen op versjouwd worden, geladen worden en de stad uitgebracht.
De E.H.B.O. werkt op volle kracht en spant zich tot het uiterste in om de patiënten zoo goed mogelijk te vervoeren.
Het is een droeve uittocht.

Woensdag 22 Nov.
De evacuatie gaat verder.
Wagens opgeladen met huisraad en beddegoed, waar het water door heen sijpelt van den steeds neer dreinende regen, trekken in alle richtingen.
Men tracht nog bij anderen in de stad "onder te duiken".
Dat lukt slechts aan enkelen.
Een bevel komt, dat ieder, die niet over een verblijfsvergunning beschikt, de stad moet verlaten.
De overtreders worden met "zware straffen" bedreigd.
Er is ook bepaald , dat de evacués niet meer dan een zeker gewicht aan goederen mee mogen nemen.
Gevolg is, dat velen met hun vrachtje bij de uitgangen van de stad worden tegengehouden en een deel van hun goederen moeten terug brengen.
Behalve dat het steeds regent, wordt het akelig koud.
De menschen leven in zenuwachtige spanning en het geringe voedsel wordt door velen zelfs niet meer gewaardeerd.
Het mitrailleurvuur klinkt van de zijde van de rivier.
Het driftige gerikketik geeft aan, dat de Duitschers schieten.
Daartusschen hoort men rustig iets zwaarder het antwoord van de overkant.
Bewijs dat beide partijen contact hebben.
De E.H.B.O. transporteert patiënten van de kraamverpleging naar het gebouw van de P.T.T. waarbij onderweg een baby geboren wordt.

Donderdag 23 Nov.
De regen valt in stroomen neder en maakt het evacueren tot een allerdroevigst tooneel.
Steeds wordt artillerievuur vernomen.
Eerst hoort men het schot en eenigen tijd daarna weer klinkt de inslag.
De projectielen vliegen Oost en West van de stad.
Nu en dan een inslag van een granaat in de stad, waarbij 3 menschen gewond worden.
De St.Maartenskerk krijgt wederom eenige treffers.
Van al dat schieten wordt door de opgejaagde bevolking weinig notitie genomen.
De menschen hebben veel te veel met hun eigen moeilijkheden te doen.
De E.H.B.O. verzorgt vele transporten en brengt er twee naar Beesd.

Vrijdag 24 Nov. De geallieerden zijn tusschen Zennewijnen en Pohemert de Waal overgestoken met een kleine groep en hebben, naar de mededeelingen luiden, 20 Duitschers gevangen genomen.
Het gewicht van de hoeveelheid goederen, die de verjaagde bevolking mag medenemen, is nu definitief vastgesteld op 50 kg per persoon.
Nu treden de wachters aan de rand van de stad ook positiever op en weigeren door te laten, wie meer mee trachten te smokkelen van hun eigendommen.
De meesten trekken in de richting Deil-Enspijk-Waardenburg.
Voor de winkels staan lange rijen, doch wat aan voedsel aanwezig is, verdwijnt in een korte stonde en zij, die niets meer konden bekomen, na uren wachten, gaan ongetroost naar huis.
Er wordt officieus bepaald, dat 3500 menschen mogen blijven.
Velen hebben hoop voor zichzelf, doch dan gaat het gerucht, dat het bepaalde getal met 1000 is verminderd.
De E.H.B.O. verzorgt 10 transporten evacué's.
Enkele granaten vliegen in de richting Echteld.

Zaterdag 25 Nov.
Er druilt een vuile motregen.
Reeds vroeg dreunt het kanonvuur.
Een reeks granaten vliegen gierend over de stad en slaan met geweld in de Hedelschestraat neer.
Daar werden zes menschen getroffen en min of meer zwaar gewond.
Er wordt ook een Duitscher bij getroffen, wat wel vermelding verdient, omdat dit vrijwel niet voorkomt.
De E.H.B.O.
verzorgt het vervoer der gewonden.
De arme evacué's trekken met primitieve vervoermiddelen waarop de toegelaten 50 kg. per persoon is opgeladen, langs de modderige wegen.
De richting Enspijk-Waardenburg wordt door velen gekozen.
Het bureau Afvoer Burgerbevolking (BAB) door de bevolking "Boerenarbeidsbond" genoemd de humor verlaat onze menschen niet dat sedert 6 November werkt, doet alles om de evacuatie tegen te houden.
Het heeft wel tijdelijk geholpen, doch het uitstel leidt niet tot afstel.
In de avonduren vallen er granaten op de Nieuwen Tielscheweg en op de Veluwe te Drumpt.
Er worden gelukkig geen gewonden gemeld.
Den geheelen nacht zweeft de "Puinkijker" om de stad en het regent granaten.
De E.H.B.O. heeft een zwaren dag; vervoer van gewonden en verzorging van transporten naar buiten.
De Waal is dezen dag 1.50 meter gestegen.

Zondag 26 Nov.
Groote drommen vliegtuigen trekken over in de richting Duitschland.
Het luchtafweer in de stad ratelt en plotseling duiken eenige vliegtuigen omlaag, die met boordwapens het luchtafweer aanvallen.
Het is een heldere dag.
Op den Grootbrugsche Grintweg, des middags omstreeks 3½ uur, gaat een groep evacué's met karretjes in de richting Eck en Wiel.
Drie Amerikaansche en 2 Engelsche vliegtuigen cirkelen en komen omlaag; een salvo weerklinkt en een dame met haar dochtertje liggen zwaar gewond ter aarde.
De E.H.B.O. was direct ter plaatse en vervoerde de slachtoffers naar Tiel.
Het is verder vrij rustig.
De C.C.P. heeft een grooten voorraad textiel in beslag genomen en steeds ziet men wagens deze goederen vervoeren uit het afgezette gebied.
Des avonds wordt er nogal flink geschoten.
Den geheelen nacht hield dit schieten aan.

Maandag 27 Nov.
Mannen worden opgeroepen om vrijwillig mede te helpen den dijk te versterken in verband met het oploopen van het water.
Lange rijen menschen staan voor de bakkerswinkels en de melkverkoopers.
Uren duurt het voordat de laatsten aan de beurt zijn en dan gaan velen zonder het begeerde brood of de melk naar huis.
Het wordt moeilijk met de voedselvoorziening.
Het gerucht loopt, dat de evacuatie niet doorgaat in verband met heerschende diphtherie.

Dinsdag 28 Nov.
De omroeper maakt bekend, dat mannen van 17 tot 40 jaar moeten opkomen om den dijk bij Ochten te helpen versterken.
Het water van de Waal staat van dijk tot dijk.
Om 9 uur 's morgens een hevige explosie.
Een stuk van den weg op de Hucht is opgeblazen.
Tegen 4 uur hevige beschieting van de stad op zeer korten afstand.
De St.Maartenstoren krijgt een aantal treffers.
Ook de R.K. kerk wordt getroffen.
De Duitschers verspreiden de wildste geruchten.
Zij winnen den strijd, want bij Mülhausen zijn de Franschen, in hun stellingen doorgedrongen met 300.000 man, doch dat was een handigheid geweest.
Deze geweldige strijdmacht was totaal verslagen en in een val gelokt.
Deze en meer dergelijke berichten zijn niet geschikt om den verslagen geest van de Betuwenaren op te monteren.
De Radiouitzendingen worden niet meer gevolgd.
Slechts een enkeling waagt het nog met een accu toestel de uitzendingen uit het buitenland op te vangen.
Het is zeer gewaagd werk, doch wordt volbracht.
En het doorgeven van de berichten gaat regelmatig door.
Het regent den geheelen dag.
De verdrevenen uit Lienden, Ommeren en Echteld mogen voor een deel weer naar hun haardsteden terugkeeren.
De E.H.B.O. haalt gewonden uit Zoelen.
De nacht die volgt is rustig.

Woensdag 29 Nov.
Een prachtige najaarsdag.
De menschen die zoolang in hun kelders hebben doorgebracht, zouden gaarne even profiteren van de buitenlucht, doch de angst weerhoudt hen.
Ontelbare vliegmachines trekken over, het geschitter van deze luchtreuzen in het zonlicht maakt een imposanten indruk.
Omstreeks 10 uur bonken weer de eerste granaten op de toren.
Dan vallen er projectielen op de fabriek van de firma Daalderop.
In de Waterstraat komt na de beschieting een opeenhooping van volk, waar men elkander verdringt om een pakje te bemachtigen van de in beslag genomen manufacturen in het afgezette gebied.
De inhoud bestaat uit wat stopkatoen, een kleedje e.d.
Dan klinken weer de slagen van de granaten en op enkele moedigen na vliegen de menschen in alle richtingen om dekking te zoeken.
Het schieten is zoo hevig, dat men tegen 12 uur geen eten durft te halen bij de centrale keuken.
De Duitschers beantwoorden de geallieerde beschieting.
Als het even rustig wordt verdringen de menschen zich bij de bakkers en melkinrichting en wachten op brood en melk, zeer velen zonder resultaat.
Er wordt omgeroepen, dat mannen van 17 tot 50 jaar noodig zijn om te helpen bij de Waterkeering.
Uitdrukkelijk wordt er bij vermeld, dat het niet is om de weermacht te helpen! Tegen den avond komt de "Puinkijker; dat betekent weer een aanval uit Maas en Waal.
Om 10 uur begint het concert.
Het kanongebulder davert door de lucht.
Het blijkt zeer vérdragend geschut te zijn, want behalve Tiel krijgen ook omliggende dorpen treffers en komen er zelfs in Rhenen terecht.
Ook de mitrailleurs ratelen en een moordende hel houdt aan tot middernacht.
De E.H.B.O. haalt gewonden op; zelfs een uit Maurik.
Hulde aan deze moedige kerels! De evacuatie staat stil.
De nacht brengt verademing en blijft rustig.

Donderdag 30 Nov.
Het water in de Waal behoudt het zelfde hooge peil.
Vroeg in den morgen weerklinkt het gekletter der mitrailleurs uit de richting Zennewijnen.
Drie uur in den middag kanonvuur op den toren, die maar niet wil bezwijken.
Steeds spreekt de mitrailleur mee en fluiten de kogels over onze hoofden.
Engelsche vliegtuigen brommen hun lied daar boven in de lucht en dit geluid voorspelt niet veel goeds voor de Duitsche steden.
Tegen 7 uur in den avond zweeft de "Puinkijker" over de stad in de richting Zennewijnen.
Onmiddellijk wordt het kanonvuur in die richting geopend.

Vrijdag 1 Dec.
Na een vrij rustige nacht, waarin alleen nu en dan de mitrailleur ratelt, wordt om 9.45 uur het kanonvuur gericht op den St.Maartens toren.
De Kerk die er haveloos begint uit te zien, krijgt weer een treffer, waarbij de flarden van de gewelven de lucht in worden geslingerd.
De vliegtuigen trekken wederom in de richting Duitschland.
De stand van de rivier begint precair te worden, omdat de Duitsche dwazen in den dijk bunkers hebben gebouwd.
Het blijkt, dat bij Ochten en bij Zennewijnen de druk van het water gevaarlijk wordt.
Tegen 2 uur in den middag wordt het granaatvuur op de stad hevig en wordt de R.H.B.S. met zes treffers danig beschadigd.
Ook de Ambachtsschool krijgt enkele schoten en er komt zelfs een inslag tegen den dijk nabij de oude Machinefabriek.
Van 7 tot 8 uur gaat de "Puinkijker" op het oorlogspad.
Dat voorspelt niet veel goeds.
In alle richtingen worden de kanonskogels afgevuurd en daveren de inslagen.
Aldoor ratelt het mitrailleur vuur.
Eindelijk rust.
Dit blijft zo den geheelen nacht.
Wat zal morgen brengen.

Zaterdag 2 Dec.
In de Betuwe wordt de "Alarm toestand" afgekondigd.
De hoogwater toestand heeft een omvang aangenomen, dat de beschermende vijand bang is geworden.
Het ziet er ook niet bijster aantrekkelijk uit.
Langzaam doch gestadig ziet men het water rijzen.
Om Tiel zijn plassen, die op een klein binnenmeer gaan gelijken.
Mannen van 16-60 jaar moeten komen helpen om de dijken te versterken.
Uit Erichem worden menschen, die vrijwillig Tiel verlaten hadden, na een verblijf van enkele weken de straat op gejaagd.
Zij kunnen naar Tiel terugkeren.
Dit opjagen ging zoo snel, dat ze zelfs verplicht waren in het duister hun hebben en houden over te huizen.
In de morgenuren wordt het granaatvuur geopend, de Groote Kerk is tot doel gekozen.
Des middags om 1 uur herhaalt zich dit afschuwelijk spel, zoodat bijna niemand zich op straat durft te begeven.
Om 4.30 uur begint het Duitsche geschut Maas en Waal te bombarderen.
Des nachts wordt Wamel onder vuur genomen, terwijl de Engelschen met hun zware bommenwerpers overtrekken en door Duitsche jagers worden bestookt.
De helsche machten zijn weer losgebroken, zoodat van slapen niet veel komt.
De E.H.B.O. brengt 1 gewonde uit Zoelen naar Tiel.

Zondag 3 Dec.
De dag begint in volkomen rust.
Behalve voor de evacuées in de door Nederlandsche(?) Burgemeester geregeerde gemeenten Geldermalsen en Buren.
Onder bedreiging wordt hun bevolen op stel en sprong deze plaatsen te verlaten.
Het was een regenachtige dag.
Hier en daar valt een schot.
Op Lienden komen enkele granaten terecht.
De Duitschers beantwoorden deze schoten.
In den nacht wordt een gewonde Duitsche soldaat naar de Ambachtsschool vervoerd.
Dit is de eenige keer geweest, dat een Duitscher op bevel van de Weermacht hulp moest worden verleend.
Vliegtuigen trekken over.

Maandag 4 Dec.
Men schijnt aan het schieten te wennen, want men neemt het deze dag nogal rustig op.
De "Puinkijker" komt weer boven de Betuwe en de schoten knallen scherp, doch steeds verder van Tiel verwijderd.
De waterstand wordt hoog en vele dorpen staan blank.
De gravers, die zijn opgeroepen, blijken niet aan de waterkeering te werken; zij moeten helpen om de onderkomens van de troepen te verbeteren.
Bij Heeselt en bij Ochten wordt de dijk als zwak gesignaleerd.
Uit den kelder van de fabriek van firma Daalderop worden zieken gehaald en overgebracht naar de Ambachtsschool.

Dinsdag 5 Dec.
Geallieerden en Duitschers schijnen het St.Nicolaasfeest niet te willen storen.
Niettegenstaande den droeven toestand worden ziekenhuizen bezocht door St.Nicolaas en zwarte Piet.
Deze brengen een vleug van opgewektheid onder de burgerslachtoffers van het geallieerd geschut.
Het weer is allerslechtst.
In den nacht, die op dezen rustigen dag volgt, wordt in de verte zwaar kanonvuur gehoord.
Enkele zware knallen daveren vlakbij.

Woensdag 6 Dec.
In den vroegen morgen brachten wij een bezoek aan verschillende woningen in het afgepaalde en door de bewoners verlaten gedeelte van de stad.
Afschuwelijk zooals alles er uit ziet.
Behalve dat de woningen leeggeroofd zijn, hebben de schavuiten alle laden uit kasten op de vloeren leeggeschud.
De meest kostbare en vooral voor een familie waardevolle en nooit te vervangen eigendommen zijn vernield.
Ze zijn artisten in het waardeloos maken en besmeuren van culturele bezittingen.
Fraaie wandversieringen zijn bekrast en met uitwerpselen volgesmeerd.
Een walgelijk aanblik levert dit alles.
Kastdeuren waren opengehakt en meubelen met zware voorwerpen verbrijzeld.
Op een schrijftafel vonden wij een doos met een deksel gesloten, vol met faecaliën.
Buitendeuren van de huizen waren zoo geforceerd, dat ze niet meer gesloten konden worden.
Enkele waren zelfs met kozijnen en al uit hun voegen gerukt.
De logge roofdieren hadden in die enkele weken met hun klauwen en bemodderde achterpoten het familie bezit van onschatbare waarde van vele Tielenaren voor altijd vernietigd.
In de winkels was voor de dagelijksche behoefte niets te bekomen.
Tegen 4 uur des middags begon het geschut uit Maas en Waal weer te werken.
De toren kreeg zijn deel, doch veel uitwerking had het niet.
Des avonds om 7½ uur trokken ontelbare vliegmachines over in de richting Duitschland.
De E.H.B.O. haalde zieken uit de Elzenpasch naar de Ambachtsschool.
Ook een Tielsche dame, die in Kerk Avezaath krankzinnig was geworden, werd naar Tiel overgebracht.
De nacht was rustig.

Donderdag 7 Dec.
Uit Maas en Waal wordt regelmatig geschoten, wat weinig indruk maakt op de bevolking.
Des middags om 2½ uur wordt een regen van mitrailleurkogels op Tiel afgevuurd.
Door de Weerstraat schiet een zwerm van kogels, die, tegen de eerste huizen van de Voorstad afketsen.
Een duitscher, die wacht heeft op de Markt en bij de pomp staat, rent weg om dekking te zoeken.
Waartoe dit zotte munitie verspillen dient begrijpt niemand, want Duitschers zijn er vrijwel niet in de stad.
Het water overstroomt vele deelen van de Betuwe: ook binnen Tiel staat het water hoog.
Naar Utrecht wordt een transport met 6 zieken vervoerd en 1 krankzinnige naar den Dolder.

Vrijdag 8 Dec.
De Waal is thans zoo hoog gestegen, dat het te begrijpen is, dat onze beschermers hoogelijk verontrust zijn.
Ingen, Maurik, Lienden staan onder water en de benedenverdiepingen der woningen zijn ontruimd, ook Ochten is gedeeltelijk overstroomd en van Zoelen slecht een klein deel.
De onrust neemt toe onder de burgerbevolking; niet zoo zeer in verband met den waterstand, doch omdat nu door den Ortscommandant was bevolen, dat de evacuatie door moest gaan.
De B.A.B. zette er alles op om dit te voorkomen.
Op 28 Nov. was dit ook met succes bekroond.
Toch had de B.A.B. ook nu weer bereikt, dat de menschen blijven mochten.
Wat een verademing toen dit bekend werd.
Om 12 uur ontbrandt een geweldig vuur uit Maas en Waal.
Een granaat tippelt zigzag door het scheidingstraatje en blijft voor de stoep bij de firma H.de Kok in de Waterstraat liggen.
Voorbijgangers vliegen bliksemsnel in portieken om dekking te zoeken.
Het projectiel doet echter geen kwaad en wordt nadat het een langen tijd met een waarschuwingsbord (een doodskop op een plankje) daar gelegen heeft door een deskundige weggehaald.
Het schieten wordt heviger.
De garage Mull wordt vier maal getroffen, drie inslagen in het huis van den heer Wagen en één bij den heer Rutten in de Stationsstraat.
Steenbrokken vliegen over de stad.
Er komen ook nog treffers op het Station, de Groote Kerk, in de Hedelschestraat en er worden ook menschen getroffen met het gevolg, dat de E.H.B.O. aan het werk moet om vier gewonden op te halen.
Bij Zoelen ligt een dood paard.
Door de stad loopen bloedsporen van menschen die door scherven zijn geraakt.
Het was weer een emotievolle dag.
Des nachts rustig.

Zaterdag 9 Dec.
In den nacht heeft het even gesneeuwd.
De mannen worden nog steeds opgeroepen voor graafwerk.
Het water komt nog steeds hooger.
Jonge paarden moeten in verband met het watergevaar evacueeren.
De E.H.B.O. behandelt gewonden in Echteld en Zoelen, en patiënten uit woningen in Tiel worden naar het Noodziekenhuis gebracht.
In het middaguur worden enkele schoten gelost.

Zondag 10 Dec.
Vele kelders, die gebruikt worden om de nachten in door te brengen, worden door het water onbruikbaar.
In Lienden en Maurik staan vele woningen tot het dak onder water.
Groote formaties vliegtuigen trekken over.
De mitrailleurs knetteren in verschillende richtingen.
Duitsche granaatwerpers richten hun projectielen op den toren van Dreumel.
De E.H.B.O. heeft zwaren dienst.
De geheele brigade is in actie in verband met het water gevaar.

Maandag 11 Dec.
De waterhoogte wordt beangstigend.
De mannen worden gehaald om aan de waterkeering bij het nieuwe kanaal aan den Echteldsche dijk te helpen.
De Ortscommandant pleegt overleg met het Dijkbestuur over de mogelijke noodzaak tot evacueeren.
Er wordt aangezegd, dat de dorpen om Tiel moeten worden ontruimd; later wordt dit bevel weer ingetrokken.
De kelders in Tiel loopen onder water.
Granaten, door Duitschers afgevuurd in Zoelen en Avezaath gieren over de stad in de richting Maas en Waal.
Den geheelen avond blijft het onrustig door dit geschiet Tegen middernacht een geweldige explosie.
Er wordt beweerd dat er een V1 is neergevallen; zekerheid is hierover nooit verkregen.
De bewoners worden gewaarschuwd dat de dijk boven de stad op doorbreken staat.
Gevolg is, dat op den Grootebrugschen Grintweg de nacht wordt gebruikt om alles uit de kelders te halen en naar hoogere deelen in de huizen te brengen.
Uit Rijswijk wordt een gewonde, die uit een vliegmachine beschoten is, naar Tiel gehaald.

Dinsdag 12 Dec.
De B.A.B., zetelend boven in de Ambachtsschool, wordt bestormd door een ontelbare massa menschen, die zekerheid verlangen of zij moeten evacueeren.
Officieele instanties beweren van niets te weten.
Toch is het gesjouw weer in vollen gang.
Wagentjes, overbeladen met huisraad, die voor kort Tiel den rug toekeerden, komen nu weer terug.
Den geheelen morgen valt er een striemenden regen en natte sneeuw.
Het is ijzig koud.
Het water loopt zienderoogen op.
Telkens wordt het gerucht verspreid, dat de Echteldsche dijk het heeft opgegeven.
Wij gaan kijken, doch moeten constateeren, hoe drassig alles ook is, dat van een breuk nog niet gesproken kan worden.
Uit Duitschland wordt een was van 2 M.
geseind.
Van oorlogshandelingen is niets te bespeuren.
Des avonds om 7 uur wordt rondgeroepen, dat de geheele mannelijke bevolking zich woensdagmorgen moet melden.
Tegen 8 uur trekken geweldige formaties vliegmachines in onafgebroken vluchten over in de richting van Duitschland.
De voedselvoorziening is allertreurigst; men staat uren in de rij om een broodje te bemachtigen.
Melk wordt om de twee dagen aangevoerd.
Deze is niet meer voor iedereen, want bonnen worden niet meer verstrekt; alleen voor zieken en kinderen.
Boter heeft heelemaal afgedaan al sedert weken.
Aardappelen zijn reeds twee weken lang niet meer verstrekt.
De verlichting in de huizen is droevig.
Kaarsen of andere lichtbronnen zijn niet meer voor handen.
Een draadje sajet in een blikje met koolzaadolie behoort tot de goede huiskamerverlichting.
De E.H.B.O. verzorgt een aantal ziekentransporten.

Woensdag 13 Dec.
De watervrees neemt toe, wat te begrijpen is, want de Hedelsche straat staat blank en zelfs in de Konijnenwal vormen zich plassen.
Er wordt weinig geschoten, om 3 uur enkele granaten en mitrailleurvuur op de stad.
Er wordt uit Keulen 30 cM. val geseind.
De E.H.B.O. heeft het druk met ziekentransport.

Donderdag 14 Dec.
De temperatuur daalt en het is vinnig koud.
In rijen staan de menschen te verkleumen voor bakkers en slagers winkels.
Velen worden, na 3 uur gewacht te hebben, zonder brood weggestuurd.
De bezetters worden zoo nerveus dat ze als dwazen van den eenen hoek van de stad hollen naar den anderen om te controleren of het water rijst.
Uit Maas en Waal wordt steeds geschoten zonder eenig vast doel.
Blijkbaar is daar de zenuwachtigheid der Duitschers bekend en wordt deze door het knallen der granaten nog wat aangewakkerd.
Tegen den middag wordt bij bekkenslag bekend gemaakt dat de manlijke bevolking zich moet melden, bij niet voldoen aan dezen oproep zal om 12 uur in den nacht de geheele bevolking geevacueerd worden.
Enkelen maken zich verdienstelijk door de mannen aan te moedigen om te gaan.
Een politieman heeft ruim 30 man verzameld en brengt die naar de meldingspost.
Daar staan ze stram in het gelid te wachten op orders.
Een mooi opgetuigde Duitscher spreekt hen toe en vraagt of ze goed gewerkt hebben.
Het geheele koor roept "Ja!" Ga dan maar naar huis om uit te rusten, en zonder een spa in den grond te hebben gestoken gaan de zwoegers huis toe.
De politieman stak geen spaak in het wiel.
Er worden door de E.H.B.O. 3 gewonden opgehaald.
Den geheelen nacht wordt uit Maas en Waal op den dijk gevuurd.

Vrijdag 15 Dec.
De modderstraten en wegen zijn keihard bevroren; dit geeft kans dat het water zakken gaat.
Van de evacuatie wordt thans weinig bemerkt; wel komen er steeds vroeger vertrokkenen naar Tiel terug.
In Drumpt staat een 15 c.m. kanon waarmede de Duitschers nu en dan een schot lossen op den overkant.
Ook komt er een enkel schot terug.
Er wordt een man gewond.
In den nacht wordt steeds 'n vreemd ratelend geluid als van een motor gehoord.

Zaterdag 16 Dec.
Den geheelen nacht is het onrustig in de lucht, zoodat de slaap van velen regelmatig onderbroken wordt.
Des morgens gaat het verhaal , dat telkens hoog in de lucht vuurballen waren gezien.
In den morgen hooren wij steeds weer deze huiveringwekkende geluiden.
Op de Markt vragen wij een Duitsch officier of hij weet, wat dat kan zijn.
"Fau eins," snauwt hij op den meest beleefden toon, deze sujet ten eigen.
De V1 heeft dus zijn intrede gedaan en nu is de Victorie aan de Duitsche wapenen verzekerd.
De gezichten van de soldaten-drillers glimmen nu als hun laarzen en als het mogelijk is, dat deze van hoogmoed bijna barstende kerels, met nog hooger borst kunnen loopen, dan is daar blijkbaar nu de tijd voor gekomen.
Een enkele van deze helsche projectielen komt in de omgeving terecht.
Een sterke luchtdruk wordt gevoeld, en het lijkt of de huizen heen en weer geslingerd worden.
Om de vrees van velen nog meer te stimuleeren, begint Maas en Waal ook weer te spreken en de granaten scheren gierend over de stad.
Het gevoel van ellende is echter nog lang niet hoog genoeg opgevoerd.
Onze trouwe stadsomroeper doet zijn plicht.
De bekken slagen, die in de laatste dagen figuurlijk "niet van de lucht" zijn, galmen weer door onze gedeeltelijk verlaten straten en de omroeper brengt ter kennis, dat alle mannen van 15 tot 60 jaar zich Zondag moeten melden.
Dat was nog niet voldoende.
Zware, dreunende slagen wijzen er op dat er weer wat vernield wordt.
Niettegenstaande het uitdrukkelijk gebod, dat niemand binnen 300 meter de Waal mag naderen, gaan wij toch op onderzoek.
De Westluidensche poort heeft het moeten ontgelden.
De huizen, bewoond geweest door den heer Holst, de bakkerij van de fa. Verploegh, het gebouw van Maatschappelijk Hulpbetoon en de woon en werkplaats van den heer Vermeulen aan de Hucht zijn grootendeels met den grond gelijk gemaakt.
Er moest weer puin zijn om de geallieerden het betreden van Tiel te beletten.
Daarvoor moest de derde poort door de schendende hand van onze aartsvijanden worden verwoest.

Zondag 17 Dec.
Na 3 volle maanden oorlog in de Betuwe leeft alles nog in de volle overtuiging, dat niettegenstaande alle terreur, de vele slachtoffers, de brutale diefstallen, de onherstelbare vernielingen, de honger, de evacuatie ellende, de V's 1 en het steeds hooger rijzende water (velen moeten over veilingkisten loopen om hun woningen te kunnen bereiken) toch de vaste wetenschap bestaat: Onze beulen verliezen het toch!
De toestand van de dijken wordt nu werkelijk kritiek.
Regelmatig ratelen de V's 1 over.
Tegen half tien des avonds valt zoo'n monster op korten afstand van Tiel met donderende slag neer.
Een geweldige vuur gloed in het Westen wijst de plaats waar het neergekomen is.
Alles schudt en trilt, doch er komen geen stukken.
In de verte dreunen de slagen van kanonnen.
De E.H.B.O. verzorgt te midden van al dit oorlogslawaai drie ziekentransporten.
De nacht brengt rust.

Maandag 18 Dec.
De evacuatie wordt gelast.
De Tolhuisstraat wordt geheel ontruimd.
Er worden 4 ziekentransporten door de E.H.B.O. in Tiel verzorgd, terwijl een zieke uit het overstroomde gebied buiten Tiel wordt gehaald.
De V1's blijven over razen.

Dinsdag 19 Dec.
De evacuatie gaat voort, al doet lang niet iedereen mee.
Het waterpeil blijft gelijk, al loopt de stand van de Waal terug.
Dit is voor velen het bewijs, dat de Waal niet de oorzaak is van de overstrooming.
De V's1 komen thans regelmatig om het kwartier over in de richting 's Hertogenbosch.
De Duitschers leggen draden onder een deel van de Jamfabriek "De Betuwe".
De bedoeling is de fabriek in de lucht te blazen om de wegen te versperren.
Iedereen, die een wit of geel biljetje , dat als verblijfsvergunning dienst doet, heeft, moet zich melden.
Vele Duitschers trekken door de stad en versjouwen hun overal geroofde goederen op sleeperskarren.
De glorie begint te tanen, doch het is pas het begin, want ...... ze zijn nog de baas!!

Woensdag 20 Dec.
In den nacht gaan de V's1 regelmatig over, terwijl groote formaties vliegtuigen in de richting Duitschland trekken.
In de verte dreunt het kanongebulder.
Troepenverplaatsingen in Maas en Waal worden door enkelen, die het durven wagen, boven van een dak waargenomen.
In de stad wemelt het van de Duitschers, die op allerlei vervoermiddelen goederen verslepen van den eenen hoek van de stad naar den anderen hoek.
Nogmaals wordt de evacuatie gelast.
Het gevaar voor dijkdoorbraak blijkt geweken te zijn, zoodat er een aantal gravers vrij komen.
Nu wordt er controle gehouden op de uitgereikte verblijfsvergunningen.
In Ochten worden 12 personen gearresteerd wegens plunderen.

Donderdag 21 Dec.
Huis aan huis wordt in verschillende wijken gecontroleerd of men wel evacueert.
Groote groepen Russen zijn in de stad.
Zij trekken zich van het geschreeuw der Duitschers niets aan, hangen uren in portieken en tegen muren.
De Duitschers loopen als lastdieren door de stad, bezwijkend onder de zware pakken met roofgoed.
Van vele gravers wordt de verblijfsvergunning ingetrokken.
Het evacueren wordt gesaboteerd.
Uit de reeds aangewezen straten gaan de bewoners bij anderen zich versteken.
De geheele brigade van de E.H.B.O. is in touw.
Zieken en ouden van dagen moeten bij het evacueren geholpen worden, zoodat er velen zijn, die ook geen nachtrust krijgen.
In de middaguren vuren de geallieerden op Echteld en de Duitschers dienen van repliek.
Uit onze Jamfabriek worden door de Duitschers groote hoeveelheden goederen weggesleept.
Hoe ijzingwekkend het geratel van de V1 ook is, toch wennen de menschen er aan.

Vrijdag 22 Dec.
Nu gaan de vliegende bommen in versneld tempo over de Betuwe.
In Tiel ziet men ze op zeer geringe hoogte over de Markt en de Vleeschstraat scheren.
Één komt nabij het bad in de Waal terecht en men bemerkt, dat hier en daar er ook een in de vaart gestuit wordt, doordat een Engelsche jager kans ziet deze neer te schieten.
De waterstand wordt lager.
Echteld krijgt een portie granaten.
De Duitschers antwoorden.
Omstreeks 9 uur in den avond wordt het granaatvuur op Tiel gericht.
Er zijn weinig treffers, omdat ze over de stad gaan en in boomgaarden terecht komen.
De E.H.B.O. heeft transporten naar Utrecht, Deil en Beesd.
Eenige leden van de E.H.B.O. worden des nachts om 2 uur uit hun bed gehaald door de Duitschers, omdat zij verdacht worden, geholpen te hebben bij 't verbergen van een Engelsche piloot bij een bewoner van de Papesteeg.
Om 5 uur in den morgen worden zij losgelaten.

Zaterdag 23 Dec.
Op verren afstand wordt regelmatig schieten gehoord.
De Duitsche troepen trekken hier door en worden ongeveer 60 K.M. noordelijk gebracht.
De temperatuur daalt sterk en al het water waarmede de omgeving is overstroomd, wordt met een ijslaag bedekt.
Sedert Donderdag zat een bewoonster van de Papesteeg op het Politie bureau ingesloten.
Om 11.15 uur werd door drie gemaskerde mannen een overval op het Bureau van politie gepleegd en de wacht in één cel opgesloten.
De arrestante werd bevrijd.
In den loop van den nacht werden vijf gijzelaars gesteld en naar de gevangenis overgebracht.
Dien nacht gierden de vliegende bommen over onze stad, waarvan er eenige met donderend geweld in de omgeving neerstorten.
De E.H.B.O. brengt ziekentransporten naar Utrecht, Deil en Beesd.

Zondag 24 Dec.
In en om de stad hebben zich geweldige ijsvlakten gevormd.
Bijna niemand durft zich op straat te vertoonen.
Er is bekend gemaakt, dat als voor 12 uur het spoor van de daders van den overval niet is gevonden, vijf gijzelaars doodgeschoten zullen worden.
Later wordt gedreigd, dat er 500 mannen vermoord zullen worden en dat de stad afgebrand zal worden.
Om 11.30 worden 4 mannen opgehaald, terwijl 2 mannen den dans ontspringen, omdat zij op dat oogenblik niet te vinden zijn.
De bedreiging van 5 doodvonnissen wordt om 12.30 uur op de binnenplaats van de gevangenis ten uitvoer gelegd.
Vier mannen worden vrijgelaten.
Voor het vonnis voltrokken werd heeft de geheele R.K. geestelijkheid zich als plaatsvervangers aangeboden.
Tegen den avond gaan de raketbommen in versneld tempo over de stad, steeds in de richting Zuid-West.
Van beide zijden wordt geschoten.
De E.H.B.O. vergadert om den onhoudbaren toestand te bespreken; verschillende medewerkers worden buiten Tiel gehouden, zelfs worden er korter of langeren tijd vastgehouden, omdat hun papieren en banden niet gestempeld zijn door den dief Pieck.
Er wordt besloten geen contact te zoeken met dezen N.S.B.er doch gewoon door te werken.

Maandag 25 Dec.
De dag begint met aanhoudend artillerievuur.
Het vriest hard.
Er wordt niet geevacueerd.
Het is een droeve Kerstmis.
Duitschers loopen met witte brooden en tulband en de bevolking moet zich tevreden stellen met een stukje droog brood.

Dinsdag 26 Dec.
Groote stilte.
De V's 1 worden nog steeds afgezonden; een er van komt in Wadenoijen terecht.
De geheele Betuwe is door posten afgezet om een vluchteling te vangen.

Woensdag 27 Dec.
Er dreunen schoten van zwaar kaliber uit Maas en Waal.
De projectielen gieren over de stad en komen in den omtrek neer.
Het is bitter koud.
Velen sterven van honger en kou.

Donderdag 28 Dec.
Nu en dan valt er een schot.
De V's1 gieren over.
Er zijn nieuwe troepen gekomen.

Vrijdag 29 Dec.
De evacuatie wordt afgelast voor onbepaalde tijd.
Het is prachtig vriezend weer.
In de middaguren veel vliegmachines.
Er is in Tiel een Noodrechtbank op gericht.
De "Puinkijker" zweeft weer over Tiel.
Er valt op dezen dag 1 gewonde en de E.H.B.O. verzorgt 3 ziekentransporten.

Zaterdag 30 Dec.
Bekend wordt gemaakt, dat, als er weer zoo iets gebeurd als de overval op het politiebureau op Zaterdag 23 Dec.
moet de stad in 24 uur ontruimd zijn.
Op alle uitgangspunten van de stad staan agenten van politie; niemand mag zonder in het bezit te zijn van een verblijfsbewijs binnen de stad komen.
Tiel is burgerlijk spergebied geworden.
Er mag niemand meer terugkeeren van degenen, die geevacueerd zijn.
Anti-Duitsch gezinden moeten onmiddellijk de stad verlaten.
De B.A.B. wordt niet meer erkend door den bezetter.
In de richting Zaltbommel dreunt het geschutvuur.

Zondag 31 Dec.
Helder vriezend weer.
Omstreeks 11 uur in den morgen trekken groote groepen vliegmachines over.
Het doel is blijkbaar niet alleen Duitschland; de spoorlijn en de bruggen van Culemborg en Geldermalsen worden met raketbommen door de vliegmachines bestookt.
In Deil, Tricht en Buurmalsen worden door de Duitschers boerderijen in brand gestoken.
Zij beweren, dat er een kabel doorgesneden is.
De V's1 gaan geregeld over naar Zuid-West.
Op slag van 12 uur middernacht wenschen geallieerden en Duitsche soldaten elkander een gelukkig 1945.
Uit de richting Zoelen en Maas en Waal kruisen lichtkogels elkander.
Het is een fraai kleurenspel daar hoog in de lucht.
Groen, wit en oranje, daartusschen door giert een V1; wat een luguber spel.
Daarna volkomen stilte.
De E.H.B.O. vervoert enkele patiënten en gewonden en sluit 1944 af met een getal verzorgde gewonden van 193 en 78 dooden.
Dit zijn alleen de gevallen, door de E.H.B.O. behandeld.

Maandag 1 Jan.
Des morgens om 6½ uur komt een V1 aanroffelen.
Even voor de stad komt de motor tot stilstand en dan een ontzettende slag.
Het monster kan gelukkig niet veel onheilen veroorzaken, want het bleef juist ver genoeg voor de stad in het open veld.
Om 10½ uur heeft de artillerie uit Maas en Waal een bombardement op de stad Tiel geopend, zooals nog niet voorgekomen.
Hoofddoel was de omgeving van het station, waarbij de fabriek van de Metawa vrijwel geheel in puin werd geschoten.
Het stationsgebouw werd zeer zwaar beschadigd en de groote loods, waarin munitie, auto's en paarden waren ondergebracht, brandde totaal af.
De oorverdoovende inslagen van het 21 c.m. geschut verwekten kruit en stofwolken alsof alles in een grauwe mist gehuld was.
Om 12 uur trad een korte rustpoos in de hel van dood en verderf en kregen we even de kans om de uitwerking van nabij te bekijken.
Het bleek nogal gevaarlijk, want in de stationsloods vlogen de kisten met munitie uit elkaar en om 12½ uur werd het vuur weer geopend.
Het resultaat was, dat toen klokke zes het vuur gestaakt werd, 6 dooden en 28 gewonden waren geholpen, waarbij de 28 jarige Th.Gennissen in de uitoefening van zijn plicht bij de Roode Kruis Colonne het leven liet.
Verder bleef nog een persoon dood door den schrik en een groot getal liep kleinere of grootere verwondingen op.
Behalve de geweldige ravage bij het station werden getroffen de fabrieken: Daalderop, Betuwe, Enthoven en verder werden woningen geraakt in: Twaalf Apostelen, Groote Brugsche Grintweg, Binnenhoek, Binnenweg, Hoogestraat, St.Jozefstraat, Vinkenstraat, Dr.Schaepmanstraat, Molenstraat, Heiligestr. Culemborgsche Grintweg en Papesteeg.
De scherven vlogen over de gehele stad, zoodat een groot aantal woningen hierdoor schade opliep.
Het dreunen deed alle huizen wankelen op hun fundeeringen.
Het geweld was zoo hevig geweest, dat de meeste Tielenaren dien avond leden aan een gehoorstoornis.
Tijdens deze beschieting cirkelde steeds de "Puinkijker" rond om aanwijzingen te geven.
In het duister kwamen de Vs'1, men zag ze in een zoeklicht hun weg nemen en met lichtkogels werden ze beschoten.
Er was ook nog gelegenheid voor den omroeper om bekend te maken, dat het verboden was boomen te rooien en dat er geen vreemdelingen gehuisvest mochten worden.

Dinsdag 2 Jan.
De nacht is rustig geweest.
Bevel wordt gegeven, dat van Woensdag 3 januari af niemand het terrein, op 200 Meter breedte langs de Waal en loopende van het Amsterdam Rijnkanaal tot Heesselt mag betreden.
Een paar kanonschoten herinneren aan den toestand van den vorigen dag en de harte van velen slaan een oogenblik stil van angst, dat het weer zal beginnen.
Toch is men overal bezig de gehavende woningen te dichten en puin te ruimen.
Van de paar schoten, die op de stad worden afgevuurd, krijgen de Betuwe en de toren enkele treffers.
De Betuwe heeft het werk moeten stoppen, want de Jamkeuken is getroffen.
De E.H.B.O., die het op Nieuwjaarsdag zwaar heeft gehad, moet 4 personen, die op dien dag getroffen zijn, voor speciale hulp naar Utrecht vervoeren.

Woensdag 3 Jan.
Nogmaals wordt bekend gemaakt dat zij, die geen domicilie in Tiel hebben, niet binnen de stad mogen verblijven.
In de omgeving van de Fordgarage heerscht in de middaguren een ongewone drukte.
Het geheele gebouw is omsingeld.
Het blijkt, dat de garagehouder en zijn zoon zijn gearresteerd.
Ook de pastoor en enkele geestelijken worden naar het politiebureau overgebracht.
Tenslotte zijn er 17 personen in arrest.
De politie mag het bureau niet betreden.
Op verzoek van een N.S.B. politieagent probeeren wij binnen te dringen, doch worden beleefd, met een revolver op ons gericht, bevolen onmiddellijk het gebouw te verlaten.
Het geval blijkt toch wel iets anders te zijn.
In Tiel waren drie Engelsche spionnen: Nijsse, Vogelzang en een sterk geparfumeerde gebontjaste dame.
Ze waren voor hun spionnagewerk natuurlijk sterk bevriend met de Duitschers en kwamen zelfs daardoor in het afgezette gebied van de stad.
Hotel Corbelijn, grootendeels leeggestolen door de Duitsche roofcolonne, diende vaak tot verblijf voor deze drie "Nederlanders".
Ze hadden pension in de Gasthuisstraat en konden op de achterplaats in verbinding komen met de Fordgarage.
Hun echt vaderlandsche houding was oorzaak, dat zij nog wel eens een praatje konden maken en enkele dingen te weten konden komen.
De echte Nederlanders bleken schavuiten te zijn van het allerlaagste soort.
Gevolg was vrijheids berooving van een groot getal Tielenaar.
In de morgenuren werd weer met handgranaten geoefend op de muren van de St.Maartentoren.
De kerk wordt volgereden met munitie.
Deze tweede emotievolle dag in 1945 wordt afgesloten met een aantal overratelende V's1.

Donderdag 4 Jan.
R.K. Geestelijke wordt naar Buren en één naar de gevangenis overgebracht.
Dan worden nog 7 personen gearresteerd.
Later op den dag worden er 3 losgelaten.
Er wordt per aanplakbiljet bekend gemaakt, dat alle mannen van 17 tot 50 jaar zich moeten melden voor den arbeidsinzet.
Engelsche vliegtuigen trekken over.
De V's1 gaan regelmatig over de stad ook in den nacht.
De Duitschers waren vast overtuigd, dat er een telefonische verbinding bestond met Maas en Waal, waardoor het schieten zoo goed gericht was.
Daar werden bij de Coupure de kabels doorgehakt.


Vrijdag 5 Jan.
Overste der Politie Veenstra komt vertellen, dat met ingang van Maandag 8 Januari benoemd is tot hoofd der politie, Kap.Jansen uit Oosterbeek.
Onder Echteld is iemand op een landmijn geloopen, met gevolg een doode en vier gewonden.
In Neerrijnen is een V1 op het kantoor van de BAB terechtgekomen, waarbij een aantal personen werd gedood.
De bruggen in Culemborg en Vianen zijn stuk door bombardementen.

Zaterdag 6 Jan.
De Tielenaren mogen weer van 5 tot 7 uur op straat.
In de stationsstraat worden huizen gevorderd, voornamelijk groote huizen.
In den afgelopen nacht heeft men omdat er een groot gebrek aan brandstof is kolen gelost in de haven bij het nieuwe kanaal.
Op Ochten worst een sterk vuur geopend; ook in de richting Zaltbommel wordt geschutsvuur gehoord.
De V's1 daveren steeds over.

Zondag 7 Jan.
Alle gearresteerden worden naar Utrecht vervoerd.
De alhier gestationeerde Duitsche militairen staan allen gepakt om Tiel te verlaten.
Op de Kanaalbrug wordt uit Maas en Waal geschoten.
Een stelletje ongure tijpen uit het Duitsche leger vervoeren op kinderwagens een aantal handgranaten.
Na eenige tijd krijgen wij bericht, dat er bij de Gerfkamer met deze moordwerktuigen wordt geoefend.
Ze waren nog bezig en wij konden constateren, dat de muren er wel tegen bestand waren.
Toen beproefden de "helden" het op de voordeur, met gevolg dat ze binnen enkele oogenblikken de granaten naar binnen konden werpen, waardoor het daar opgeborgen meubilair totaal werd vernield.
Tegen den avond stroomt Tiel vol soldaten, die overal proberen onderdak te krijgen.

Maandag 8 Jan.
In den afgeloopen nacht zijn weer drie personen gearresteerd en op den dag nog vijf.
De vroeger gearresteerden worden, behalve de R.K. geestelijken, losgelaten.
Het heeft goed gesneeuwd.
De bevolking wordt opgeschrikt door de mededeeling, dat de evacuatie is bevolen en dat het vertrek is vastgesteld op 10 - 12 - en 14 Januari, naar Friesland.
De Duitschers sleepen door de zware sneeuw hun oorlogstuig de stad binnen.
Op den dag wordt het zekerheid, dat Tiel wordt ontruimd, er wordt aangezegd wie er op den 10en moet vertrekken.
Het gaat loopende naar Driebergen.
Het sneeuwen houdt tot den avond aan, dan valt de vorst in.

Dinsdag 9 Jan.
Van alle kanten wordt gepoogd de evacuatie ongedaan te krijgen; steeds zonder succes.
En terwijl de geheele burgerij zucht onder den last van het vooruitzicht om met dit vreeselijke weer, dat de wegen onbegaanbaar maakt te moeten evacueeren.
De dood door koude en ontberingen grijnst hen aan, die morgen verjaagd zullen worden.
Steeds wordt er nog geconfereerd en ja, dan eindelijk des avonds om half tien, als alles in groote duisternis gehuld is, dan klinken bekkenslagen en maakt de omroeper bekend, dat de evacuatie voor enkele dagen uitgesteld is.
Geen schot wordt gehoord.
In het Zuiden wordt de hemel fel verlicht.
In den vooravond trokken vele militairen de stad binnen.
Zij hadden beslag gelegd op evacuatie karretjes, kinderwagens en sleetjes, waarmede zij hun geroofde goederen vervoerden.
Heele rijen huizen worden door hen ontruimd en bij velen wordt deze rooversbende ingekwartierd.
Het blijkt, dat de Duitschers de geheele Tielerwaard vrij willen hebben, zoodat op het plan staat 50.000 menschen over den Rijn te jagen.

Woensdag 10 Jan.
Het hoog water gevaar is geheel geweken.
Hier en daar in Tiel staan mortieren te blaffen: zonder doel.
D.w.z. het eigenlijke doel is de bezetting van Maas en Waal op de hoogte te houden, dat in de Betuwe nog heel wat soldaten met verdedigings middelen zijn.
Er worden tanks gebruikt om granaten naar de overzijde te werpen.
Deze tanks rijden steeds naar andere deelen van de stad en ook naar de buitenwegen.
Het is eigenlijk een zotte vertooning om de onmacht te camoufleeren; want de Duitschers zijn niet bij machte om iets van beteekenis te doen.
Tegen schemer rijden lange rijen kanonnen met affuiten van buiten gewone afmetingen de stad binnen.
Motor of paardentractie ontbreekt, zoodat de soldaten zelf als trekkrachten worden gebruikt.
Het is vreemd, dat de gevorderde burgers niet gebruikt worden voor het vervoer van deze geweldige stukken geschut, dan konden zij meteen zien, over welke hulpmiddelen de Weermacht nog beschikt.
Een nader onderzoek op gevaar af, dat zoo'n vieze Duitsche slaaf met een kogel een eind aan ons onderzoek zou maken bracht aan het licht..... lach niet, dat deze kanonnen bestonden uit een gewone boom, gerooid uit onze mooie boomgaarden, en zoo op gesteld, dat het vooral bij schemer den indruk maakte, dat het een kanon was.
Nu behoeft men zich verder geen illusie te maken, want niettegenstaande de meer dan lofwaardige inspanning zich door de BAB getroost, staat de evacuatie vast.
Op 12 Januari moeten 1000 menschen verdwijnen.
De besneeuwde wegen maken het vooruitzicht tot een drama.
Ieder evacué mag 50 kg bagage meenemen en het Wijksche veer zal tusschen 12 en 16 uur voorrang verleenen aan de opgejaagde wandelaars.
Er heerschte een verbitterde stemming onder de bevolking.

Donderdag 11 Jan.
Het heeft goed gevroren; de wegen zijn bedekt met een harde laag sneeuw.
De boomen zijn met een dikke rijplaag overtrokken en vormen een sprookjesland.
Niemand heeft hier oogen voor; ieder heeft met zich zelf te doen in verband met de verdrijving van huis en haard.
De hemel is met een grauw wolkendek bekleed.
Boven die gesloten hemel rumoeren de motoren van vliegtuigen, die bommen laten vallen, waarvan de huizen schudden en trillen als boombladeren.
Ten huize van hen, die in verband met de strubbelingen der laatste weken gearresteerd zijn geweest, wordt aangezegd, dat zij in verband met hun vijandelijke houding tegenover de Duitschers voor den volgende morgen half negen de Betuwe moeten hebben verlaten.
De hulppolitie controleert huis aan huis, wie er in het bezit is van een geldige verblijfsvergunning.
Het sneeuwt geweldig in den avond.
De nacht die volgt wordt onrustig gemaakt door het overtrekken van een aantal V's 1, waar van er enkele met oorverdoovend geweld inslaan.

Vrijdag 12 Jan.
De evacuatie begint.
Dezen morgen moeten er dus 1000 menschen zich verzamelen op den Binnenweg.
Welgeteld verschijnen er 95, zoodat onmiddellijk bekend gemaakt wordt, dat de rest om 2 uur moet vertrekken.
Ook dat gaat niet door.
Nogmaals wordt aanzegging gedaan, dat nu dezelfde den volgenden morgen zorgen moeten, dat ze aanwezig zijn.
Een verheugend (!) bericht wordt aangeplakt, dat Mr. Beekman ook Burgemeester van Echteld is geworden.
Op den Stationsweg staan mortieren, die regelmatig hun blaffend geluid doen hooren.
Ze gaan geweldig te keer en de uitwerking is, dat alle, zoo goed en kwaad als het kon gerepareerde ruiten, in diggelen te slaan.
De bewoners worden hierdoor aan de koude blootgesteld.
Doch dat hindert niet, zeggen de Duitschers, ze moeten toch weg.
Uit Drumpt wordt met zwaar geschut gewerkt.
De kolenschuit in de Nieuwe Haven wordt onder vuur genomen uit Maas en Waal, om te beletten, dat deze gelost zal worden.
In de avonduren wordt nogmaals met klem aangezegd dat den volgende morgen aan de evacuatie voorschriften gevolg moet worden gegeven.
Op Ochten en Echteld wordt steeds met mitrailleurs geschoten.
Het sneeuwen is opgehouden en het wordt helder vriezend weer.

Zaterdag 13 Jan.
De hemel begint op te klaren, zoodat verwacht wordt, dat het sneeuwen zal ophouden.
Het is eigenlijk onbegrijpelijk, dat de dreigementen van de Duitschers zoo weinig indruk blijken te maken.
Gingen er den eersten van de 1000 aangezegden 95, op deze dag waren er in den Binnenweg verzameld 50 menschen.
Gevolg is, dat er nogmaals een besluit wordt uitgevaardigd en wel dat op 20 Januari alle bewoners van Tiel de stad verlaten moeten hebben.
Er mogen slechts 600 arbeiders blijven zonder gezinnen.
Deze arbeiders zullen in kazerneverband worden ondergebracht.
Alles wat achterblijft van de verjaagde bevolking, is verbeurd verklaard.
In de Stationsstraat is een bureau gevestigd van den rooverscommandant.
In zijn naam komen op deze dag geuniformde deskundige Duitsche dieven beslag leggen op alle machines, die in kleine fabrieken en particuliere woningen te vinden zijn.
De Duitsche mortieren zwijgen: wel wordt er in de avonduren uit Tiel veel geschoten met enkele kanonnen.
De V's 1 ratelen regelmatig over.
Overdag dooi,'s nachts vriest het, zoodat de wegen glad als een spiegel worden.

Zondag 14 Jan.
In den vroege morgen wordt omgeroepen, dat niemand zich mag vestigen in een van de omliggende dorpen.
De evacuatie moet geschieden door de B.A.B.
Des middags wordt nogmaals per omroeper bekend gemaakt, dat ieder die zich na 20 Januari nog in Tiel bevindt, zal worden doodgeschoten.
Men mag goederen meenemen en de B.A.B. zal op 20 Januari zijn arbeid beëindigen.
De evacuatie voorschriften gelden nu ook voor Drumpt, want de lijn loopt door de Ingensche steeg, langs de Linge naar de Hamsche Brug; Kapel-Avezaath, Wadenoijen, de spoorlijn volgend tot Geldermalschen en den Weg naar Waardenburg.
Er zijn veel jagers in de lucht en in de avonduren wordt uit Tiel geschoten.
Uit de richting Ochten, Echteld en van de overzijde van de Waal wordt regelmatig geschoten.

Maandag 15 Jan.
De evacués die zich in Avezaath en Zoelen bevinden, moeten zich melden en hun wordt aangezegd, dat zij binnen enkele uren moeten vertrekken.
Om 2 uur werd het geheele Tielsche politiecorps voor een bijeenkomst met den Ortscommandant opgecommandeerd.
Het bleek weer de oude truc, die de Duitschers steeds toepasten, toen de politiemannen bij elkander waren, werden ze tegen half vijf ingeladen in een vrachtauto en naar Utrecht vervoerd.

Dinsdag 16 Jan.
De evacué s mogen slechts 35 kg bagage meenemen.
Den geheelen dag sjouwen de menschen.
In de middaguren wordt op Varik en Avezaath geschoten.
Uit Tiel worden in den wilde weg schoten gelost.
Tegen duisternis komt het geheele politiecorps terug op twee agenten na.
In Schoonrewoerd wordt de directrice van Bethseda gearresteerd en in Tiel de leider van de B.A.B.
Volgens geruchten worden zij verdacht iets met de treurige zaak, voorgevallen in de Papesteeg, te maken te hebben.
Hevig kanonvuur in de richting Ochten besluit den dag.

Woensdag 17 Jan.
De stumperds, die evacueeren moeten, treffen het allerdroevigst.
Eerst loopen naar Rijswijk en daar aangekomen worden de overzet veren door jagers beschoten.
Het lijkt of voor en tegenstanders samenwerken om de Betuwsche bevolking tot wanhoop te brengen.
De twee politie agenten, die nog te Utrecht vastgehouden werden, zijn ook losgelaten.
Ze moesten maar probeeren om uit Utrecht in Tiel te komen.
Alle menschen, die in Wadenoyen een onderkomen hadden gevonden, moeten het dorp verlaten.
Uit Tiel wordt stevig geschoten,

Donderdag 18 Jan.
Den geheelen afgeloopen nacht dondert het artillerievuur uit alle richtingen.
Vroeg in den morgen doen jagers een aanval op het afweergeschut bij Wadenoyen.
De evacuatie wordt met kracht voortgezet en in den Binnenweg geeft den aanblik van de daar wachtenden zoo'n ellendig gevoel, dat wij ook onder dien indruk naar den Ortskommandant gaan en hem zoo realistisch mogelijk de ellende teekenen van gewonden, zieken, kinderen, ouden en gebrekkigen die zonder hulp van een vervoermiddel den lijdensweg niet kunnen afleggen.
Wij vragen of nu niet gewacht kan worden tot het weder wat minder streng is, tot er wagens gevonden zijn.
Studeman keerde zich een weinig om en zeide: "Je zult ze eens zien loopen als ik er een paar handgranaten achterlaat gooien."
Dat was een mensch! uit Duitschland.
De sneeuw bleef vallen, de koude nam toe.

Vrijdag 19 Jan 1945 Het vertrek uit Tiel
Het is nu ook onze beurt om te evacueeren maar waarheen?
Wij mogen niet meer dan 50 kg bagage per persoon medenemen.
Huisraad enz. achterlatend.
Zouden we dat ooit terug zien?
Het weggaan was hard, alles te moeten achterlaten waar aan je zoo gehecht was.
Maar hier gold leven of dood.
Vlug pakten wij het hoogst noodige en verlieten de stad Tiel.
Wij waren met ons vijven.
Oma, die 62 jaar was, kon slecht loopen.
Mijn dochtertje van 11 jaar, Hansje 9 maanden en dan mijn vrouw en ik.
Op een klein wagentje van de N.S. vervoerden wij de mee genomen goederen.
Het was dien dag zeer koud, de wegen waren met een dikke sneeuwlaag bedekt.
Met veel moeite kwamen wij vooruit.
Een vriend ontfermde zich over ons.
Oma en mijn zoontje mochten bij hun op de wagen meerijden, vlug maakte ik van de gelegenheid gebruik mijn wagentje er aan vast te binden.
Dat was een uitkomst.
Buiten de stad was de verzamelplaats, hier werden de opgejaagden bijeengedreven gelijk ze dat doen met beesten.
Plotseling gierden van geallieerden zijde de granaten over ons heen en sloegen enkele honderden meters verder in.
Iedereen zocht een goed heen komen, totdat alles weer rustig was.
Toen kwamen de moffen weer uit hun schuilplaats, gaven donderende bevelen, die niet direct opgevolgd werden omdat iedereen hun huilende kinderen weer opzochten en tevens de bagage die ze hadden laten staan.
Langzaam, heel langzaam ging de moeilijken tocht voorwaartsch naar onze eerste pleisterplaats Wijk bij Duurstede.
Aan rusten viel niet te denken.
De groote stroom menschen achter ons drongen steeds meer op, want daar achter liepen de moffen en schreeuwden van doorloopen.
Eindelijk tegen 2 uur bereikten wij het veer.
Ook hier waren de Duitschers die ons overzetten.
Bij het overvaren cirkelde een Engelsch vliegtuig over ons heen.
De piloot zal goed gezien hebben dat wij vluchtelingen waren want er werd geen schot gelost.
Om 2.30 uur reden wij het dorp Wijk b. Duurstede binnen.
Hier werden wij ingekwartierd.
Wij werden bij een bakker ondergebracht b.n. den Heer van Oud-Broekhuizen waar wij liefderijk werden ontvangen.
Uitgeput van vermoeienis en emotie vielen we in stoelen rond de brandende kachel.
De vrouw des huizes zorgde voor warme koffie die ons heerlijk smaakten.
De tongen kwamen los.
en eerst nu vertelde we wie wij waren.
De bakkersvrouw zeide nog: "Je kunt beter tien evacués krijgen dan zelf te moeten evacueeren."
Dit is inderdaad waar.
Wij waren zonder eigen huis, verlaten van huisraad waar je steeds zuinig op geweest was.
Vele verhalen werden opgedischt over die ellendige oorlog.
Maar wij waren er nog niet we moesten ook weer verder.
Hier mochten wij maar één nacht blijven.
Om 5 uur des avonds moest ik eten gaan halen.
Ik kreeg een pan te leen en trok er op uit.
Na 1/2 uur keerde ik weer terug met soep.
De gastvrouw merkte al spoedig dat dit kwantum te kort was voor 5 personen en sneed er wat brood bij.
Het was voor deze tijd een kostelijk maal.
Vroeg gingen wij naar bed.
Hansje "mijn lieve jongen" had zich best gehouden dien dag.
We rolden hem in een deken en legden hem tusschen ons in, de slaap kwam spoedig.
Ook mijn vrouw sliep gauw, ik kon niet in slaap komen, mijn gedachten waren bij de dag van morgen, wat zou die weer brengen.
Het zegge was dat we naar Friesland moesten.

Zaterdag 20 Jan Het vertrek uit Wijk bij Duurstede.
Na een tamelijk rustige nacht, stonden we om 8 uur op.
Onze gastvrouw had de thee al klaar, het brood moest ik in het dorp halen op vertoon van mijn evacuatie bewijs geldig voor 5 personen.
Toen ik terug was begonnen we te ontbijten.
Wat was het daar gezellig, echt huiselijk.
De kachel brandde en gaf een gezellige sfeer.
Het leek wel of er geen oorlog was.
Nu voelden we wat we misten "onze eigen haard".
Konden wij daar maar blijven, maar neen, we moesten verder.
Ik ging op onderzoek uit en hoorde al spoedig dat, indien wij naar Friesland gingen, de mannen te Amersfoort of Zwolle achter moesten blijven om graafwerk te verrichten voor de moffen.
Met deze boodschap kwam ik terug, waarop mijn vrouw antwoordde: dan maar naar de familie in Utrecht.
Direct heb ik alles geprobeerd om een vervoermiddel te krijgen die ons naar de Domstad zou willen brengen, maar er was niemand te vinden, die dit wou doen.
Alle waren bang voor het vorderen van paard en wagen.
In tusschen was het al middag geworden en nog geen middel van vervoer gevonden.
Des anderen daags moesten wij weg, want er kwamen nog meer vluchtelingen en daar moesten wij plaats voor maken.
Ik leende een hand en kinderwagen en vertrok de volgende dag.
Vroeg gingen wij weer naar bed, om nieuwe krachten te verzamelen voor de zware dag die ons wachtte.

21 Jan.
Om zeven uur stonden wij op.
Het weer was goed, doch zeer koud.
De wegen waren bedekt met sneeuw.
Vlug waren we beneden om het ontbijt te gebruiken.
Daarna pakten we onze spullen bijeen en laadde dit op een handwagen.
Met tranen in de oogen nam onze gastvrouw afscheid van ons.
Ze gaf nog wat brood en voor Hansje melk mee.
Gelukkig dat die kleine vent geen besef had van de toestand waarin hij verkeerde.
In een ouderwetsche kinderwagen gezeten met een dikke deken om, gingen wij op weg naar Utrecht.
Het viel niet mee een beladen handwagen te trekken over besneeuwde wegen.
Mijn dochtertje was mij daarbij behulpzaam.
Oma fungeerde als koetsier, aangezien zij slecht ter been was.
De reis ging tamelijk goed tot aan Werkhoven.
Hier aangekomen waren wij geheel uitgeput.
Ook Hansje scheen er genoeg van te krijgen want hij begon te huilen.
Bij menschen vroegen we om uit te rusten en ons te verwarmen.
We troffen het zeer goed.
Het was juist tijd voor middag eten en we werden vriendelijk uitgenoodigd mee te eten wat wij ons geen tweemaal lieten vragen.
We deden ons tegoed aan alles wat voorgezet werd.
Toen het ongeveer 2 uur was maakte we aanstalte om verder te trekken, we wilden graag voor donker in Utrecht zijn.
Met nieuwe moed verlieten wij Werkhoven.
Wolken pakten zich samen, de lucht was betrokken en voorspelde niet veel goed.
Eindelijk bereikte we Bunnik.
Nog enkele km dan waren we in de Domstad.
Het begon al te regenen.
De wegen veranderde in een modderpoel.
Met al mijn krachten probeerde ik voor donker thuis te zijn.
De regen bleef aanhouden.
Doornat kwamen wij te Utrecht aan.
Het was ongeveer 5 uur toen we bij mijn vader aanbelde.
Deze was zeer verrast ons zoo te moeten ontvangen.
We waren gelukkig in veilige haven.
Hier zouden wij onze rust terug vinden, wat wij in Tiel zozeer gemist hadden.

De rust kregen wij wel daar er in Utrecht geen oorlogshandelingen plaats vond, behoudens het overtrekken van vliegtuigen die naar Duitschland vlogen om zich daar te ontdoen van hun lading bommen.
Met het eten was het anders gesteld.
400 gram brood per persoon per week en 1 kg aardappelen was voor ons beschikbaar.
Met bedelen moesten wij nog proberen wat extra te krijgen, maar hiervoor moest men kilometers lopen en dan een goede boer vinden die voor veel geld of goederen wat levensmiddelen wilde afstaan.
Dood vermoeid kwam je dan 's avonds bij je vrouw en kinderen terug blij je weer te zien.
Het beetje voedsel wat je had meegebracht werd verdeeld en wij konden met gevulde maagen naar bed.
Gevuld waren die maagen maar voor korten duur.
Met ons vijfen hadden we een koolraap opgegeten, maar we waren gelukkig weer iets gehad te hebben.
Zoo ging het dag in dag uit.
Hoe we het vol konden houden was een raadsel.
Steeds werden we magerder en zwakker.
's Morgens vroeg trok ik er op uit om hout te sprokkelen en indien mogelijk een boompje om te zagen.
Één keer was ik ook hout halen en had een wagen vol welke mij 6 a 7 uur arbeid had gekost, toen een paar moffen mij het hout afnamen.
De tranen stonden mij in de oogen.
Met een beetje sprokkelhout wat ik langs de weg vond ben ik naar huis gegaan.
Nu konden wij weer suikerbieten koken en weer was er wat te eten.
We leefden van de eene dag in de andere.
In Maart werd mijn vader ernstig ziek.
De familie moest geroepen worden.
De dokter gaf geen hoop meer.
Er moesten versterkende middelen komen, zooals eieren, melk enz.
Er op uit.
Vroeg ging ik de deur uit zonder iets gegeten te hebben want er was niets.
Alleen met een boodschappentasch trok ik naar de omliggende dorpen steeds vragen om een sneetje brood.
's Avonds toen ik thuis kwam had ik 3 eieren voor f 7,50 en 14 sneetjes brood.
Die 14 sneetjes brood waren spoedig verdeeld en opgemaakt.
Al weer een dag dat we maagvulling hadden gehad.
Het werd steeds slechter.
We hoopten dat iedere dag de bevrijding zou brengen.
De berichten die wij langs illegalen weg kregen waren hoopvol maar het duurde zoo lang.
Hoe dichter de geallieerden kwamen, des te gemeener werden de moffen.
Ik dorst de deur bijna niet meer uit.
Ze loerde op alle manlijke personen tot de leeftijd van +_ 50 jaar.
Toch moest er voor eten gezorgd worden wilden we niet omkomen.
De ziekte van mijn vader nam een gunstige wending.
Het ging heel, heel langzaam vooruit.
Weer trok ik er op uit en weer had ik geluk met wat oud brood bij de boeren gekregen thuis te komen.
Zoo martelde we tot de bevrijding kwam.
Op 4 Mei 1945, we zouden juist naar bed gaan (9 uur) toen er veel rumoer op straat was.
We gingen eens kijken.
We konden onze ooren niet geloven, hoorde we het goed, had Duitschland gecapituleerd.
Vele liepen al oranje liederen te zingen, tot op eens moffen op de fiets met getrokken revolver door de straten schoten.
Alle menschen vlogen naar binnen.
Op Zaterdag 5 Mei een ongelooflijken dag.
De Domtoren versierd met de Hollandsche driekleur en het gelui de klokken kondigden de vrede aan.
Ik kan niet vertellen wat er in ons allen om ging.
De redding was gekomen, maar niet voor allen.
Duizenden en nog eens duizenden hadden de honger dood gevonden, om maar niet te spreken van de duizenden die door de moffen waren afgemaakt.
Deze vijf jaar van ellende zal niemand vergeten.
Het was enorm druk op de straat.
N.S.B.ers werden opgehaald door de binnenlandsche strijdkrachten.
Nu konden wij genieten, deze lui hadden ons aldoor dwars gezeten.
De meiden die met duitschers uit waren geweest werden door het publiek kaal geknipt en een haken kruis op het hoofd geschilderd.
De Geallieerden brachten inmiddels voedsel voor de bevolking.
Groote bommenwerpers vlogen over de Domstad en lieten even buiten de rand der gemeente hun last vallen, maar dit maal geen bommen maar voedsel paketten.
Duizenden stonden dit schouwspel gade te slaan.
Zoodra de goederen de grond hadden bereikt werden ze in vrachtauto's geladen en naar de winkeliers gebracht.
Bonnen werden bekend gemaakt aan de bevolking.
In rijen stonden de uitgehongerde te wachten tot dat zij aan de beurt kwamen.
Het was een geweldig gezicht te zien schuiven met hun voedsel.
De lach op hun gezichten was weer terug gekeerd.
Ook Zweden liet zich niet onbetuigd.
Heerlijke witte brooden en pakjes margarine afkomstig uit Zweden werd aan de Nederlandsche bevolking uitgedeeld.
Het was een feest om nooit meer te vergeten.
Geleidelijk aan kwamen de menschen weer op krachten.
We konden weer vrijuit spreken, we dansten en hosten, onze vreugde kende geen grenzen.
Wat een wonder na vijf jaar onderdrukt te zijn geweest.
Nu moest er weer aangepakt worden.
De wederopbouw werd ingeschakeld.
Ieder die geevacueerd was probeerde weer naar eigen haardstede terug te keeren indien dit mogelijk was.
Ook ik ging polshoogte nemen hoe het er in Echteld uitzag.
Met een geleende fiets aanvaarde ik de reis.
Even voor Tiel werd er halt geroepen en stapte ik af.
Belgische soldaten hielden mij aan en vroegen waar ik naar toe moest.
Ik vertelde dat ik woonachtig was in Echteld en mijn huisraad in Tiel was opgeslagen omdat ik moest evacueeren.
Nu wilde ik graag naar mijn achtergelaten goederen gaan kijken of er nog iets overgebleven was en tevens naar mijn woning te Echteld.
Voor Tiel kreeg ik een paspoort en voor Echteld mocht ik op eigen risico heen, wegens het mijnen gevaar.
Ik ben eerst naar Tiel gegaan, wat ik daar te zien kreeg was meer dan verschrikkelijk.
De grootste helft van de stad lag in puin.
Fietsen was niet mogelijk, want je moest over de puinhopen lopen.
Na een half uur bereikte ik het station, tenminste zoo heette het voor de oorlog.
Met geen mogelijkheid kon ik er in komen.
Een en al puin, glas en stukken hout Zonder iets gezien te hebben of er nog wat van mijn huisraad over was ben ik terug gekeerd.
Toen maar op goed geluk af naar Echteld.
Niet zonder vrees bereikte ik Echteld goed uitziende naar landmijnen die hier en daar verborgen lagen.
De woning stond er nog maar een voltreffer van een granaat had zijn sporen achtergelaten.
Een gat in het dak van ongeveer 3 M2, ook de trap was zwaar beschadigd.
Behang was niet meer op de muren, de ruiten er overal uit, het leek wel een onbewoonbaar verklaarde woning.
Wat ik aan goederen in dit huis had achter moeten laten was weg.
Zwaar geschokt keerde ik naar Utrecht terug.
Hoe zou mijn vrouw dit nieuws opnemen.
Gelukkig, we hadden het er allen levend afgebracht.
We moesten weer van voren af aan beginnen.
Mijn vrouw vond het verschrikkelijk maar was de zelfde mening toegedaan als ik.
Met nieuwe moed aanpakken en proberen hier en daar wat beddegoed en verder het hoogst noodige bij een te krijgen.
Toen ik ten tweede maal naar Echteld ging om de boel op te ruimen, fietste ik ook even naar Kesteren om mijn bevindingen daar aan de wegopzichter mede te delen.
Ik vroeg hem om het dak dicht te maken daar het anders niet bewoonbaar was.
Geen materiaal was het eenige antwoord.
Dit was te begrijpen.
Duizenden woningen waren getroffen.
Toch moest ik het gaan betrekken, daar er anders niets aan gedaan werd.
De puin had ik opgeruimd en vertrok weer naar Utrecht.
Bij familie en kennissen kregen we een en ander.
We hadden weer wat beddegoed en stoelen en besloten maar naar Echteld terug te keren.
Van de gemeente Utrecht werd ons een verhuisauto beschikbaar gesteld.
Op 18 Juli vertrokken we dan maar naar Echteld.
Als eigenaardigheid wil ik hier nog even vertellen dat de 18e een bijzonder getal voor ons was.
Namelijk op 18 September '44 ondergedoken en mijn gezin bij een boerenfamilie ondergebracht.
18 October '44 geevacueerd naar Tiel.
18 Januari geevacueerd naar Utrecht, teruggekeerd op 18 Juli '45.
Om op mijn verhaal terug te komen, we hebben ons huis grondig schoongemaakt.
De ramen dicht gespijkerd met oude planken.
Drie maanden hebben we zoo moeten wonen eer het dak gemaakt werd, tevens kregen we ruiten in de vorm van doorschijnend papier.
De winter brak aan, weinig brandstof dus veel kou.
We hadden al zooveel ontberingen gehad dat we daar ook wel doorheen zouden komen.
Zonder zelfs ziek te worden kwam het voorjaar in zicht.
Geleidelijk aan werd het huis weer toonbaar.
De schilder kwam ruiten zetten, de behanger maakte de kamer wat gezelliger, de metselaar vernieuwde de stuk geslagen muur.
Het leed was geleden, maar niet vergeten.
Er waren dingen gebeurt om nooit meer te vergeten, om zekere reden wil ik deze niet noemen, maar dit wil ik wel zeggen, het heeft mij een knak in mijn leven gegeven.
Een Schade enquête commissie werd in het leven geroepen.
Een opgave van vermistte of door de oorlog gestolen goederen moest ingediend worden.
Na eenige maanden kreeg men bezoek.
Stuk voor stuk werden alle artikelen behandeld.
De prijs waarvoor het gekocht was werd aangehouden.
Zoo kwamen wij tot een bedrag van ongeveer twee duizend gulden.
Na eenige tijd kreeg ik een schade boekje met een bedrag van rond Zevenhonderd en vijftig gulden.
De goederen die wij het hardst noodig hadden werden gekocht n.l. twee bedstellen, een haardkachel, wat kleeding en weg waren de F 750,=.
Maar de N.V. Ned. Spoorwegen lieten zich niet onbetuigd.
Zegge en schrijven kreeg ik vijftig gulden.
Nu valt het niet mee iedereen het naar de zin te maken.
Gelukkig we leven nog, maar hoe.
Heeft deze oorlog dan geen leergeld gegeven.
Het menschdom is slechte geworden.
Haat en afgunst viert weer hoogtij.
Menschen die van de oorlog geen last ondervonden hadden, geen goederen waren kwijt geraakt konden niets missen.
Ook wilden ze geen menschen in huis nemen die door de oorlog alles waren verloren.
Het was voor vele arme stakkers een harde tijd.
Nog jaren na de oorlog kon men in de geteisterde gebieden krotten en kippenhokken aantreffen bewoond door menschen, terwijl er groote heeren huizen waren bewoond door een familie.w.man, vrouw en een kind.
Neen de mentaliteit van de mensch is ver beneden peil.
Er zijn wel enkele menschen die met minder woonruimte toch inwoning gaven maar dit waren er niet veel.
Neen deze vrede van Mei 1945 bracht geen vrede, maar haat.
Hier was de vrede geteekend, maar elders werd een nieuwe strijd ingezet.
Waarom, zoo vraag ik me af.
Leren de menschen het dan nooit.
We leven gelukkig nog maar hoe lang zal dat duren.
Wat is het leven van de mensch.
Een wedloop naar het einde.
Twee groote machten staan weer tegenover elkaar.
Ze meten elkanders krachten nu nog in de couranten.
Amerika heeft het atoomwapen, wat heeft Rusland? Amerika levert wapens en munitie aan die landen die het met hen eens zijn.
Weer moeten straks de zonen van verschillende landen hun krachten meten met de vijandelijke landen.
Dit noemt men de moderne tijd.
Weer zal er verdriet en ellende komen.
De menschen komen niet tot rust, hoe kan het ook anders.
Wij leven voort in spanning en gejaagdheid.
Wat zal de toekomst ons brengen, we weten het niet.
Maar toch nooit geen oorlog meer.

De naweeën van deze oorlog, daar kunnen wij hier in de Betuwe van meepraten.
Als gij eens een tocht wilt maken door onze bloeiende Betuwe en gij zijt aangeland in de dorpen Kesteren, Echteld, Ochten en Opheusden, ga dan eens bij de menschen binnen in hun kamers, keukens, stallen, kippenhokken en dergelijke.
Vooral bij dagen zooals nu, als de stormwind en regenvlagen langs, neen niet langs, maar door de huizen, en daarvoor dienstdoende gebouwtjes heen giert en slaat, dan kunt gij U overtuigen wat ik met mijn aanhef bedoel.
Velen; zeer velen zitten te kleumen in onverwarmde ruimten met een tekort aan kleeding en dekking, kachels en vele andere gebruiksvoorwerpen.
Zeker, er is reeds veel gedaan voor onze Betuwe en ook voor onze dorpen en wij zijn den milden gevers en geefsters van harte dankbaar voor wat zij voor ons hebben gedaan.
Maar nog steeds is er nood, nog steeds is er tekort aan het hoogst noodzakelijke wat men in een gezin noodig heeft.
Op de genoemde dorpen en plaatsen zooals Tiel, Echteld, Ochten enz. konden de menschen bij hun evacuatie in Sept. en Oct. '44 slechts een zeer schamel deel van hun bezittingen medenemen, wegens gebrek aan vervoermiddel of doordat de moffen de menschen zonder dat zij wat van eenige beteekenis konden medenemen hun de huizen uitjoegen.
Bij hun terugkeer in de ontredderde behuizingen (voor zoover het nog behuizingen waren) was weinig van waarde meer over, geplunderd, vernield, gestolen door moffen en ontaarde gravers.
Ook deze laatste, de goede niet ten na gesproken, hebben hierin hun aandeel gehad.
(Met gravers worden bedoeld, zij die vrijwillig of onder dwang voor de moffen in deze gemeente versterkingen voor onze verdrukkers moesten aanleggen.
Dan komen we nog aan de herstelwerkzaamheden aan die woningen die licht dan wel minder zwaar beschadigd zijn, en voor voorlopig herstel in aanmerking komen.
Zooals ik reeds hier voor vertelde was onze gemeente een groote chaos bij onze terugkeer.
In Mei van 1945 moest er ontzettend veel werk verzet worden om een samenleving mogelijk te maken.
Er werden goede loonen betaald en dat de arbeiders onwillig waren kan niemand zeggen, maar al met al zitten we nog met open ramen waarin regen en wind vrij spel heeft, stuk geschoten muren en daken en nu de stormwind giert en de winter voor de deur staat ziet men in dat het tempo versneld moet worden.
Deze versnelling van tempo van de werkzaamheden gaat natuurlijk met de Fransche slag omdat iedereen voor de winter graag beschut wil zijn.
Het blijft natuurlijk noodwerk.
Ook nu is het spreekwoord van toepassing: Beter laat dan nooit.