| ''Boeschoten in het nieuws '' |
Titel : Onze Weekend-tocht in eigen land Subtitel : Het oude wiltforster-goed ''Boeschoten'' Bron : De auto, officieel orgaan van de Nederlandsche automobiel club Uitgave : 10 october 1935 Foto's : Jac Gazenbeck, Ede Met dank aan: Joop van Boeschoten ( 5 juni 2002) ONZE WEEKEND-TOCHT IN EIGEN LAND ![]() In de heide tusschen Boeschoten en Bergsham Het is natuurlijk geen toeval, dat de plaatsen, die uitmunten door bijzonder of eigenaardig natuurschoon, bijna zonder uitzondering een historie hebben. In verschillende van onze causerieën is dat tot uiting gekomen; nu eens boeide ons naast het uiterlijk aspect van een merkwaardig gebouw of kasteel de geschiedenis eraan verbonden, dan weer gaven pré-historische herinneringen een bijzonder cachet aan een landschap, een heuvelrug of een boschcomplex. De plaatsen, die een verleden hebben, bezitten een opmerkelijke sfeer, zij hebben een achtergrond, die mischien niet te definieeren is, doch in elk geval een groote bekoring heeft voor den zoeker naar waarachtig natuurschoon. Het is met Boeschoten wat we thans op ons programma hebben geplaatst, al niet anders. Ook hier treffen we "slechts" een paar mooie, oude boerenhoeven aan temidden van fraai geboomte en schilderachtige akkers, maar het verleden heeft er zijn stempel op gezet en wie hier komt, voèlt dat hier iets ànders in de sfeer zit dan bij een gewone boerderij. Boeschoten heeft dan ook een geschiedenis, die tot de 13e eeuw terug gaat. Ricolt van Boeschoten wordt door een hertog van Gelre met het goed beleend en Boeschoten wordt een van de 12 "Wiltforstergoederen ", die de Veluwe bezat. We raken hier zoals u begrijpen zult, op het terrein der jacht. De 12 "Wiltforsters" stonden onder een overste, welk ambt vele jaren bekleed werd door de heeren van Middachten. Oorspronkelijk was de taak der "wiltforsters" den Vorst met een kar op de jacht te volgen en het wild benevens het jachttuig te vervoeren. Wanneer wij later lezen, dat de wiltforsters vrijdom van verschillende lasten genoten, b.v. dat de bewoners van hun goed niet behoefden te werken aan de vestingmuren der Veluwsche steden, enz., dan begrijpen wij, dat de wiltforsters langzamerhand wat anders geworden waren dan eenvoudige jachtopzichters. Wij lezen dan later ook telkens van de heeren van Boeschoten (andere wiltforstergoederen waren o.m. Wolfhezen, Deelen, Wenkop); in oude kronieken wordt vermeld, dat zij als wapen voerden een zilveren boog op een veld van blauw (Boeschoten = Boegschoten) en dit wapen moet vroeger, in glas gebrand, de kerkramen van Garderen versierd hebben. Een paar jaar geleden stelde ik voor den huidige eigenaar van Boeschoten een onderzoek in naar het oude wapen, doch ondanks nasporingen in verschillende richting was het niet mogelijk er iets van te achterhalen. Vermoedelijk is het glas-in-lood wapen in 1859, toen het schilderachtige Oud Veluwsche kerkje werd afgebroken en vervangen door een nieuwe kerk, verdwenen. Het is niet onmogelijk, dat het nog in particulier bezit is, doch hoe dit na te gaan? ![]() De spokige jeneverbes in de heide bij Boeschoten Bij mijn nasporingen kwam ik ook in aanraking met verschillende boeren uit de omgeving (men weet immers nooit, hoe men een tip kan krijgen) en toen ik op een middag wat rondneusde op de hooge bouwakkers rondom Boeschoten vond ik daar géén aanwijzing voor het geheimzinnig verdwenen wapen, doch viel mijn oog op iets anders, dat nog veel en veel ouder geschiedenis had. zoomaar op een aardkluit lag daar, schoon gewassen door de regens, een fraaie vuurstenen pijlspits. Ik raapte het voorwerp op en daar lag het in de palm van mijn hand, nog volkomen gaaf en glad. Komt dan het verleden niet op u aan, een verleden dat twintig eeuwen terug gaat, ver, vèr voor den tijd van wiltforsters en geslachtswapens! Ook hier in Boeschoten vinden we de resten eener oude bewoning, waarvan in het naburige Bergsham zulke sprekende getuigenissen in den bodem gevonden werden en nog gevonden worden. En dit voor oogen houdende, wordt nog duidelijker en begrijpelijker de sfeer van het landschap rondom Boeschoten, de sfeer, waarop we in den aanhef van dit artikel doelden. De heide raakt uitgebloeid, hier en daar spikkelt reeds een geel en bruin herfstblad tuschen het groen van berken en beuken, maar de zon is nog stralend en warm. Boven den lagen dennenaanplant jagen de kleurige libellen in den zonneschijn en het Veluwsche land maakt zich langzaam op tot het indrukwekkende kleurenfeest van den herfst. De boschen zullen bruin worden en het loof der Amerikaansche eiken brandt straks bloedrood langs de wegen. Rijd dan den Boeschoter-dam eens in of de oude sporen van den Harderwijker Karweg, die u beide naar Boeschoten kunnen brengen. Ge ziet daar dan de oude hoeve liggen met haar schaapskooien en schuren, en wanneer ge er vriendelijk naar vraagt, zal men u stellig óók wel toegang geven tot het woonhuis zelve, waar ge nog een buitengewoon aantrekkelijk Veluwsch interieur kunt bewonderen. De voorvaderlijke open haard met schouw en vuurplaat, de antieke kabinetten, de bonte letter(merk)-lappen aan den wand, zij zijn alle nog aanwezig en spreken u van een tijd die wel achter ons ligt, maar die met zijn stille herinneringen nog steeds van een fijnzinnige bekoring is. G. ![]() |