''Boeschoten in het nieuws ''



Titel : Uncle Sam koopt auto's in Doorn
Subtitel : Jan Boeschoten: van buschauffeur tot leverancier van vijfduizend nieuwe automobielen

Bron : Panorama no. 3 1959


Jan Boeschoten

De oorlog was voorbij en hij mocht niet mopperen; hij was er lekker doorheen gerold.
Wel was hij tijdens de bezetting als zoveel jongelui van in de twintig bij een razzia opgepakt en naar Duitsland gevoerd als dwangarbeider, maar hij was daar niet lang geweest.
Hij kwam als buschauffeur in de buurt van Lubeck terecht, dreef opgewekt zwarte handel in chocolade die uit de rodekruispakketten van Franse krijgsgevangenen kwam, en in tabak die niet te roken was, en hij had waarachtig nog wel schik in zijn leven.

Door hem kwamen verscheidene Franse krijgsgevangenen aan Duits geld, waarmee ze zich een burgerpakje konden verschaffen om te vluchten, en dat deed hem machtig veel plezier.
Het deed hem ook plezier dat de geallieerden zo kwistig met bommen strooiden in het gebied waar hij met zijn bus arbeiders vervoerde, ofschoon hij hoopte dat er geen bom op zijn hoofd terecht zou komen.
Nou ja, dat is niet gebeurd, want anders zou hij hier niet zitten, in de loggia van zijn kapitale villa in Doorn.

Jan Boeschoten, 42 jaar, vader van twee jongens en twee meisjes, directeur van een bloeiend garage bedrijf en van de firma World Car Sales, die tot de grootste op haar terrein in Europa behoort.
Hij zit te dubben over dat contract, waarvoor al zoveel in de dagbladen heeft gestaan.
Het contract met die grote Amerikaanse zaak, waardoor hij dit jaar maar even 5000 nieuwe auto's zal gaan leveren aan toeristen uit de Verenigde staten, boven zijn normale omzet, die ook al in de miljoenen loopt.

Jan Boeschoten is nu boven Jan.
Wilt u eens even kijken in zijn bedrijf in Doorn?
In de nieuwe (maar al weer veel te kleine) hal schuin tegenover de garage staan vele tientallen gloednieuwe glanzende Europese wagens: een voorraad ter waarde van om en de bij vier ton, en alles gekocht en betaald.
Het is nu 1960.
Toen hij in Duitsland zat, als een niet al te tragisch slachtoffer van de Arbeitseinsatz stond er 1943 op de kalender.
Die bombardementen destijds, ja, dat loog er niet om.
Op een goeie dag moest hij met zijn bus, die reed op een houtgasgenerator, mensen evacueren uit het goeddeels in puin gesmeten Hamburg.
De mensen smeekten om mee te mogen.
De wagen was al propvol, maar hij luisterde toch nog even naar dat handenwringende mannetje, dat er ook nog zo graag bij wou met zijn gezin.
''Ik ben dokter,'' zei dat mannetje.
''Dan moet ik jou net hebben, dacht ik'', verteld Jan Boeschoten.
Ik was in de mobilisatie net voor de oorlog uitbrak voor millitaire dienst afgekeurd omdat ik een scheurtje in mijn long had.
Helemaal niks ergs, en ik heb er nooit last van gehad, maar ik was eruit - anders had ik in de meidagen van '40 aan de Grebbe gelegen.
Nou had ik dat papiertje van mijn afkeuring bij me en die Duitse dokter was wel tot wederdienst bereid.
Ik nam hem mee, op voorwaarde dat hij me een attest zou geven.
Die man kon natuurlijk geen Nederlands lezen, maar het woord long begreep hij.
Ik kreeg van hem een Duits papiertje, waarop stond dat hij ''Longenkrankheit'' bij mij geconstateerd had, en met dat papiertje was ik zo weer thuis in Doorn.
Daarna heb ik nooit meer last gehad met de moffen...

''Zo is de handel...''

Ja, hij mag zeggen dat hij de oorlog mooi is door gekomen.
Maar toen de bevrijding kwam was hij zo arm als een kerkrat, want hoe ging het in die tijd?
Wat je met scharrelen verdiende zette je om in voedsel en dat at je op.
Met de bevrijding was er nog niet direct werk voor busschauffeur Jan Boeschoten, die tot 1941 op een lijndienst van de N.B.M. had gereden.
Niet dat hij een zwaar hoofd had in de toekomst, verre van dat.
Hij had zichzelf altijd fijn weten te redden.
Toen hij in 1941 zonder werk kwam, was hij moterzijspannetjes gaan maken van oude gasbuizen, en die dingen hadden waarachtig nog succes ook.
Maar toen de bevrijding kwam was er niets meer, ook geen oude gasbuizen.
In die periode viel de dag, die beslissend was voor de cariere van Jan Boeschoten.
Hij moest een plaats vinden in het maatschappelijk bestel van het ontredderde Nederland en hij besefte de verantwoordelijkheid voor zijn jonge gezin.
Zijn vrouw zei in de vroege ochtend van die dag: Jan ga er op uit.
Je moet weer aan de slag.
En Jan ging.
Hij toog op zijn fiets met antiplofbanden op weg naar Wijk bij Duurstede, waar de autobusonderneming Wabo hem misschien zou kunnen gebruiken.
Onderweg kwam hij langs een bevriende relatie, die sip stond te kijken naar z'n wagentje.
Het kon niet rijden.
Er ontbrak een wiel.
Nou wist ik toevallig ergens zo'n Fordwieltje te zitten, zegt Jan.
Ik ging 't halen en ik had zeven en een halve gulden verdiend.
Ik wist ook nog een afnemer voor een band, die iemand over had.
Ik kocht 'm voor vijftig, verkocht 'm voor hondertien.
Heb ik 'n tientje winst zei ik.
Zo is de handel.
Maar 't was zestig en met die drie rijksdaalders voor dat Fordwieltje maakte ik dus zevenenzestig half.
En ik kwam niet in Wijk bij de Wabo...

Hij werd geen busschauffeur meer.
Hij ging handel drijven.
In autospullen, want daar had hij kijk op, maar ook in camera's die de Canadezen graag wilden hebben.
Lou Bandy, indertijd een voornaam ingezetene van Doorn, kwam bij hem: Jan, ik heb veel geld verdiend.
Ga 't land in en koop voor mij de mooiste auto die je vinden kan.
Jan Boeschoten zocht en vond een Fiat 1500, die achtduizend gulden kostte en waarvoor de grote liedjeszanger grif meer dan tienduizend betaalde.
Er kwam een sergeant van de dump in Deelen.
Daar stonden dertien Studebakers, die hij ineens kon afnemen voor zesentwintigduizend gulden.
Jan Boeschoten had dat geld niet en er was nog geen bank die hem zou willen helpen, maar een relatie die vertrouwen in hem had sprong bij en Jan verdiende op die Studebakers zestienduizend zevenhonderd gulden.

Zijn zaakje bloeide.
In '48 was hij een bekend, maar niet erkend tweedehands-autohandelaar met een eigen werkplaatsje, dat met wat goede wil ''garage'' kon worden genoemd.
Er waren mensen die er iets in zagen.
Onder andere de Amersfoortse auto-importeur Molenaar.
Die liet hem komen en zei: ''Boeschoten, wil jij Morris-dealer worden?''
Ik, meneer?
Met dat kleine hokkie voor vier auto's dat ik heb, en zonder BOVAG diploma?
Als je wilt help ik je, Boeschoten.
Hij wou.
Na introductie bij de Bovagsecretaris mocht hij zijn eerste contributie als aspirant-lid van de officiele garagehouders bond betalen.
Met de kwitantie toog hij onverwijld naar de Caltex.
Of hij een bezinepomp kon krijgen?
Zo iets wordt een Bovag lid niet licht geweigerd.
De pomp kwam er.
De enige pomp in Doorn waar je dag en nacht terecht kon.
Maar de garagehouders in de buurt waren niet blij.
Er kwam een massa weerstand....
Toen moest ik als de weerlicht dat diploma gaan halen.
Een hele kluif voor iemand met alleen maar lagere school.
Maar mijn vrouw heeft me almaar opgejut.
En ik slaagde.
Toen kon me niks meer gebeuren.
Ik was erkend garagehouder, met een dealerschap.

Straaljagerpiloot zonder straaljager

Jan Boeschoten, ex-krantenjongen, ex-klusjesman, ex-buschauffeur, werd in de eerste helft van het vorige decennium een fiere zelfstandige ondernemer, eigenaar van een florerende garage in Doorn.
Maar er is nog altijd een enorm verschil tussen een behoorlijke dorpsgarage en een bedrijf dat jaarlijks voor miljoenen aan nieuwe automobielen omzet.
Zo'n bedrijf heeft Jan Boeschoten er nu bij.
World Car Sales is een zaak met een hoofdletter, een begrip aan beide kanten van de oceaan.

Henk Hessel
't Is gek, zo gauw als dat went, zegt de tweeendertigjarige verkoopleider Henk Hessel.
Ik herinner me nog, hoe we een paar jaar geleden voor 't eerst uit New York werden opgebeld.
Alles viel stil in de garage.
Niemand mocht zelfs maar fluisteren.
En nu?
De hele dag komen de telefoontjes binnen uit Amerika en uit verschillende plaatsen in Europa waar Amerikaanse militairen gestationeerd zijn.
Niemand vindt dat meer iets bijzonders.
Henk Hessel is met huid en haar de man van de World Car Sales.
Letterlijk, want hij heeft zelfs zijn eenmaal zo weelderige kuif geofferd om zijn haardracht aan te passen aan die van de Amerikaanse militairen: op z'n varkens, a la brosse .
Dat zag hij als een noodzaak, want hij wilde onopvallend doordringen tot zijn toekomstige clienten.
Er is wellicht geen Nederlander die er zo als een zoon van uncle Sam uit ziet als hij.
Geen wachtpost aan de hoofdpoort van een Amerikaans kampement heeft het hart hem een strobreed in de weg te leggen als hij met de bestudeerd slingerachtige loop van een straaljagerpiloot zijn jachtterein betreedt.
Op zijn revers prijkt trouwens het witgouden straaljagertje, dat Amerikaanse vliegers krijgen als ze de geluidsbariere overwonnen hebben.
Ik heb enorm veel moeite gedaan zo'n speldje te krijgen, zegt Henk Hessel, die ook nog een pilotenzonnebril in zijn borstzak heeft.
Het was me wel vijfhonderd gulden waard, maar niemand wou me er een verkopen.
Dit speldje heb ik gekregen van de weduwe van een piloot die in Tripoli verongelukt is, een goeie vriend van me.
Het is belangrijk, want als de militaire politie dat ding ziet, wordt er niet naar papieren gevraagd.
Henk Hessel heeft later ook nog zo'n speldje kunnen bemachtigen voor de heer Boeschoten, die nog altijd de dag prijst, waarop de amerikaanse luchtstrijdkrachten zich op de basis Soesterberg nestelden.
Soesterberg is niet ver van Doorn en de Amerikanen hadden van alles nodig... ook auto's.
Een zakenman als Boeschoten heeft maar een kleine vingerwijzing nodig om zijn kans te grijpen.
Hij kreeg die vingerwijzing kort na de komst van de Amerikanen van Dorien van den Broek d'Obrenan een Doorns meisje dat op de basis werkte.
Die en die Amerikaan zoekt een wagen.... wist zij.

Vijfduizend auto's

Kort nadat Boeschoten begrepen had dat de Amerikaanse militairen weleens goede klanten konden worden, ging Henk Hessel er voor hem op uit.
Met allerlei Nederlandse zakenlui, verkopers van horloges, schoenen, scheerapparaten, wat niet al, werd hij toegelaten in de onderooficiersmess om contacten te maken.
Dat ging toen.
Later toen de toeloop vsn vertegenwoordigers te groot werd, hebben de autoriteiten aan het handel drijven op de basis een eind gemaakt, maar Hessel is altijd door de mazen van het net gekropen.
Hij werd een Amerikaan met de Amerikanen, met zijn korte haar, zijn bril, zijn speldje, zijn kleding.
Hij kwam erin en was welkom.
Want ze interesseren zich voor auto's.
O, hij heeft weleens moeilijkheden gehad ook.
Hij is gearresteerd en verhoord, maar het liep altijd weer met een sisser af en hij verkocht wagens.
Volkwagens, Porches, Karman-Ghia's, Dauphines, MG's, Alfa's, kortom al die merken waar de Amerikaan in Europa belangstelling voor heeft.
Eerst ging het om tweedehands auto's, maar al gauw kwam er vraag naar nieuwe.
De bevoorrading was een probleem, want voor verscheidene Europese merken lagen bij de dealers lange wachtlijsten, maar de heer Boeschoten wist importeurs op zijn hand te krijgen.
Amerikanen zijn geinteresseerde kopers.
Voor auo's hebben ze van nature belangstelling en Europese merken, die zozeer verschillen van de verchroomde slagschepen die hun eigen markt biedt, oefenen grote bekoring op hen uit.
Daarbij komt dat auto's voor hen hier bijzonder goedkoop zijn.
Voor een VW betaald de Amerikaan in Amerika 1825 dollar; in Nederland, waar hij er met een GN-nummer in kan gaan rijden, maar 1198 dollar.
De prijzen van de andere merken verhouden zich evenredig.
Daarom heeft de Amerikaan gelijk, als hij in Europa een wagen koopt.
Neemt hij hem mee naar zijn vaderland, dan krijgt hij er tweedehands altijd nog meer voor dan de auto hier nieuw heeft gekost.

Een gemakkelijke klant is hij overigens niet.
Hij eist, wat service, betreft het uiterste.
Kan ie krijgen, zeggen de heren Boeschoten en Hessel als uit een mond.
Ze leveren sevice volgens Amerikaanse maatstaven.
Daardoor is hun omzet groot geworden.
Niet alleen op Soesterberg, maar ook op andere Amerikaanse bases in Europa opereren ze.
Hessel gaat er in zijn Amerikaanse vermomming naar toe, komt er binnen en verkoopt.
En al verkopend maakt hij vrienden, die over World Car Sales opgetogen naar huis schrijven.
Zo komt het, dat de firma ook rechtstreeks uit Amerika benaderd wordt door onderzaten van Eisenhower die de oude wereld gaan bezoeken.
Waar zij ook voet zetten op Westeuropese bodem, World Car Sales zorgt dat de door hen bestelde wagen rijklaar staat te wachten.

Vorig jaar werd World Car Sales benaderd door een van de grootste toeristenorganisaties in de Verenigde staten.
Kunt u onze reizigers per jaar vijfduizend nieuwe wagens naar keuze leveren? was de vraag.
Jan Boeschoten en Henk Hessel hebben gepuzzeld en gerekend en hun organisatie uitgebouwd.
En het antwoord is nu: ja.
Daarom is Henk Hessel op 14 april naar New York vertrokken.
Een geweldige transactie is op handen.
Geen Europese firma heeft ooit zo'n order verwerkt, maar de twee Doornse autodidacten zijn er niet bang voor.
Zij kennen de Amerikaanse mentaliteit en ze zijn er tegen opgewassen.
Het komt allemaal door de manier, waarop ze de kans bij de Amerikaanse militaire nederzettingen hebben aangegrepen.
Door die aanpak is salesmanager Hessel voor elke Amerikaan in uniform ''Hank'' geworden.
Die gekke Hank, die nog Amerikaanser is dan een yankee en die best een potje kan breken.
Ofschoon..., ik moet toch oppassen dat ik niet te ver ga, zegt Henk Hessel. Het is bijna mis geweest, door een ietwat balorige stommiteit.
Hij was uitgenodigd voor een kerstdiner op de basis met een stel hoge Amerikaanse officieren.
Er werden toosts uitgebracht, met hooggeheven glazen.
Hij moest ook een duit in het zakje gooien.
Hank, wat zegt een Dutchman, als hij een toost uitbrengt. Gesundheit?
No, nooit van z'n leven! zei Hank.
Een echte goeie Nederlandse toost is: Ga op 't dak zitten!
Ga op 't dak zitten!... Ze zeiden het allemaal na, met hun oorverscheurend accent en Henk Hessel genoot van een binnenpretje om zijn overigens niet hoogstaande grapje.
Maar laat nou de commandant diezelfde week aanzitten aan een diner in Den Haag, met een stuk of wat Nederlandse autoriteiten.
En laat hij daar nou tegen z'n glas tikken en zeggen: Gentlemen, ik spreek helaas uw taal niet, maar ik kan toch bij deze gelegenheid een toost uitbrengen op uw aller welzijn: Ga op 't dak zitten!
Er viel een pijnlijke stilte.
Geschokt heeft een excellentie de Amerikaanse commandant uit de droom geholpen en deze dacht toen helemaal niet zo teder over Henk Hessel van World Car Sales.
Ik was wat overmoedig, zegt Henk berouwvol.
Maar wie zou nu niet een tikje overmoedig zijn in zijn plaats?

Het contract voor de vijfduizend automobielen is voor negenennegentig en een half procent rond.
Het moet wel gek lopen, als hij er straks niet zijn handtekening onder kan zetten in New York.

Namens Jan Boeschoten, voormalig buschauffeur, te Doorn.