Eerste blad    Vorig blad    Blad 4 van 49 bladen Volgend blad    Laatste blad

IX.10 Gijsbertus Boeschoten, van, grutter; postbode (1870), geboren op dinsdag 22 oktober 1811 te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Gerrit ....;). Geboorte is aangegeven door Cornelis van Boeschoten, grutter, wonende in deze gemeente, en verklarende deze comparant dat zijne echtgenote heden morgen was verlost van een zoon aan welke de naam zal gegeven worden van Gijsbertus.
Gedoopt (Nederlands Gereformeerd) op zondag 27 oktober 1811 te Wijk bij Duurstede, (Utrecht), overleden op woensdag 15 december 1880 om 18:30 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) op 69-jarige leeftijd (aangifte door: Cornelis Herman van Markestijn; Arend Groen). Overlijden is aangegeven door Cornelis Herman van Markestijn, oud 40 jaren, van beroep smid, neef van de overleden, en Arend Groen, oud 70 jaren, van beroep cipier, niet verwant, beiden woonachtig alhier.
Overlijden heeft plaats gevonden binnen deze gemeente geteekend wijk A numero 119, oud 69 jaren, zonder beroep, geboren en laatstgewoond hebbende alhier, weduwenaar van Catharina Antoinetta Raland, zoon van Cornelis van Boeschoten, en van Gijsberta Oorschot, beiden overleden.
Zoon van Cornelis Boeschoten, van (zie VIII.10) en Gijsberta Oorschot, van.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op donderdag 28 september 1837 te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (getuige(n): Jacobus la Riviére; Brunis Veldhuizen; Nicolaas Wouter van Doesburgh; Herman van Markestijn). Gijsbertus van Boeschoten, oud 25 jaren, grutter (grendier), geboren alhier blijkens het geboorteregister onder ons berustende, wonende binnen deze stad, meerderjarige zoon van Cornelis van Boeschoten, oud 64 jaren, grutter, en Gijsberta Oorschot, oud 54 jaren, zonder beroep, beiden wonende te Wijk bij Duurstede, alhier tegenwoordig en hunne toestemming gevende.
 
En Catharina Antonetta Raland, oud 33 jaren, zonder beroep, weduwe van Frederik George Stuurbrink, overleden te ? Jerolle den dertigste december 1831.
Binnen deze stad woonachtig, meerderjarige dochter van Emanuel Raland en Cathrina ten Cate, beide alhier overleden.
 
Van al hetwelk wij deze acte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Jacobus de la Riviera, oud 70 jaren, commies der stedelijke belastingen; Brunis Veldhuizen, oud 32 jaren, veldwachter; Nicolaas Wouter van Doesburgh, oud 21 jaren, kantoorbediende; en Herman van Markestijn, oud 34 jaren, smid, de drie eerste genoemden goede bekenden en de laatstgenoemde behuwd broeder van den comperant Gijsbertus van Boeschoten, allen alhier woonachtig.
Echtgenote is Catharina Antonetta Raland, 33 jaar oud, geboren op zondag 12 februari 1804 te Wijk bij Duurstede, (Utrecht), overleden <15121880. Dochter van Emanuel Raland en van Cathrina ten Cate. Dochter van Emanuel Raland en Cathrina Cate, ten.
Uit dit huwelijk:
1.  Gijsbarta Catharina, geboren op woensdag 14 augustus 1839 te Ijsselstein, (Utrecht).
2.  Cornelis Emanuel, geboren circa 1843 te Schoonhoven, (Zuid-Holland) (gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op zaterdag 2 april 1870 om 9.00 uur te Dordrecht, (Zuid-Holland). Bij de Ambtenaar van de Burgerlijken stand van de gemeente Wijk bij Duurstede is ingeschreven het navolgende extract uit het overlijdensregister van de gemeente Dordrecht Zuid-Holland en luiden alsvolgt; Uit het overlijdensregister van Dordrecht is getrokken dat op den 28 maart des jaar 1870 des voormiddags ten 9 ure in het huis getekend letter G no. 1046 aan de Lindegracht overleden is Cornelis Emanuel van Boeschoten, zonder beroep, oud 27 jaren, geboren te Schoonhoven, wonende te Wijk bij Duurstede, ongehuwd, zoon van Gijsbertus van Boeschoten, postbode, en van Catharina Antoinetta Ralland, zonder beroep, beiden wonende te Wijk bij Duurstede.......
Is ongehuwd gebleven.

IX.12 Heinricus Boeschoten, van, winkelier (1845-1853), grutter (1848-1858), stoomfabrikant (1856), molenaar, landeigenaar, geboren op zondag 4 augustus 1816 om 06:00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht). Geboorte is aangegeven door Cornelis van Boeschoten, oud 63 jaren, van Beroep grutter, welke ons een kind van het mannelijk geslacht heeft voorgesteld, den vierde augustus, 's-morgens om 6.00 uur, uit hem en Gijsberta van Oorschot deszelfde huisvrouw gebooren, en aan hetwelk hij verklaard heeft den voornaam van Heinricus te willen geven.
Deze comparering is verklaard in tegenwoordigheid van Rijk van ...., oud 24 jaar, van beroep molenaar, en Gijsberus van Waveren getuige, alle wonende alhier.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden 1866 te Transvaal, (Zuid-Afrika). Is overleden aan malaria. Molenaar op molen "Stoomgrutter" te Wijk bij Duurstede, dit wordt echter niet terug gevonden in het archief van Wijk bij Duurstede.
25-06-1859 is het gehele gezin vanuit Wijk bij Duurstede vertrokken naar Zuid-Afrika, mogelijk zijn ze eerst nog naar Zeist vertrokken.
Het waarom is niet geheel duidelijk: Als molenaar, of 'Stoomgrutter', grondeigenaar en winkelier was Heinrikus tamelijk welgesteld, maar hij had een groot gezin en de tijden waren moeilijk.
In een aanbevelingsbrief van 15 juli 1859 staat; dat H.v.Boeschoten als grondeigenaar en stoomgrutter bekend staat als braaf en eiverig mensch, die altijd getoond heeft te zijn een burger waarop de gemeente prijs stelde, die door ondernemingsgeest, gepaard met doorzicht en overleg getoond heeft te willen mede werken ter bevordering van algemeen welvaren.
Zijn vertrek naar onze stamgenoten in Z.Afrika wordt dan ook betreurd.
In een andere aanbevelingsbrief van de predikant van Tholen in Zeeland staat dat Heinrikus vertrekt in de hoop rijk te worden en zijn kinderen een betere toekomst te verschaffen, wat hier moeilijk is bij de vele concurentie in alle takken van bestaan.
In het begin van de jaren '50 was het eerste goud in Transvaal gevonden, maar het is niet erg waarschijnlijk dat dat een motief tot vertrek is geweest: het waren vooral de 'uitlanders', en de Engelsen die geinteresseerd in goud waren. terwijl de Boeren van Nederlandse afkomst zich vooral met de landbouw bezig hielden en als streng hervormden bang waren voor het verderf dat de goudzucht met zich mee zou brengen.
 
Eind 1859 vertrekt de familie dus aan boord van het Nederlandse schip 'Estafette' naar Kaapstad.
Zij vestigen zich eerst in Maritsburg.
In een aanbevelingsbrief van februari 1862 schrijft de predikant van Lijdensburg dat hij gedurende 2 jaar de heer van Boeschoten en zijn vrouw gekend heeft als respectabele eerlijke, werkzame en onbesproken menschen.
Na een briefwisseling met staatspresident Pretorius in verband met een landbouwnederzetting die hij in de Zuid-Afrikaanse republiek wilde vestigen, verhuisden zij naar het district Zoutpansberg, waar ze op de plaats Baratto en Lunsklip een experimentele koffieplantage opzetten.
Zij woonden daar in Schoemansdal, wat in die tijd herhaaldelijk door Bantoestammen bestormd werd en tenslotte door de Boeren ontruimd werd.
In 1866 sterven beide ouders aan malaria en daarna moest de oudste zoon, Cornelis, verder voor zijn broers en zusjes zorgen, onder toezicht van J.J.A. Vercueil voor de 5 minderjarigen.
Zoon van Cornelis Boeschoten, van (zie VIII.10) en Gijsberta Oorschot, van.
Gehuwd op 25-jarige leeftijd op vrijdag 15 april 1842 te Bergschenhoek, (Zuid-Holland), gehuwd voor de kerk 1845 te Nieuwveen, (Zuid-Holland) met Antje (Anna) Weerdt, de, geboren 1819 te Nieuwveen, (Zuid-Holland). Is vermoedelijk de dochter van de molenaar (gezindte: Nederlands Hervormd), overleden 1866 te Transvaal, (Zuid-Afrika). Is overleden aan Malaria. Dochter van Johannes de Weerdt en van Catharina Wilhelmina Becker.
Uit dit huwelijk:
1.  Catherina Wilhelmina, geboren op maandag 16 oktober 1843 om 23.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Nicolaas Wouter van Doesburgh; Gijsbertus van Waveren). Geboorte is aangegeven door Henricus van Boeschoten, oud 27 jaren, grutter.
Geboorte heeft plaats gevonden uit hem, comparant en Antje de Weerdt, zonder beroep.
Aangifte is gedaan in tegenwoordigheid van Nicolaas Wouter van Doesburgh, oud 27 jaren, aspirant notaris; en Gijsbertus van Waveren, oud 57 jaren, huisschilder, beide alhier woonachtig.
(gezindte: Nederlands Hervormd).
2.  Cornelis (zie X.20).
3.  Gijsberta, geboren op woensdag 9 december 1846 om 11.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Nicolaas Wouter van Doesburgh; Gijsbertus van Waveren). De geboorte is aangegeven door Henricus van Boeschoten, oud 30 jaren, van beroep grutter, wonende alhier.
Is geboren binnen deze gemeente ten zijne huize uit hem comparant en Anna de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente.
En hebben wij van gemelde verklaring deze acte opgemaakt in tegenwoordigheid van Nicolaas Wouter van Doesburgh, oud 29 jaren, van beroep kandidaat notaris, en Gijsbertus van Waveren, oud 55 jaren, van beroep huisschilder, beide wonende alhier.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op dinsdag 15 november 1859 te Kaap de goede hoop op 12-jarige leeftijd. In het jaar 1860 den negenden dag der maand maart is door ons Wethouder Ambtenaar ban de Burgelijken stand der gemeente Zeijst, Arondisement Amersfoort, Provincie Utrecht ingeschreven, dat op den vijftienden november 1859 aan boord van het Nederlandsche schip ''Estafette'', Kapt. A.H.H. Rietveld verlied op de reis van Amsterdam naar Kaap de Goede Hoop op 32', 47' Zob en 6', 10' Lw, Gijsberta van Boeschoten, geboren te Wijk bij Duurstede, den negenden december 1846.

4.  Johanna Wilhelmina, geboren op donderdag 30 november 1848 om 10.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Cornelis Carel Hermsen; Nicolaas Wouter van Doesburgh). De geboorte is aangegeven door Henricus van Boeschoten, oud 32 jaren, van beroep grutter, wonende alhier.
Is geboren ten zijne huize uit hem comparant en Antje de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente, dezelfde huisvrouw.
En hebben wij van gemelde verklaring deze acte opgemaakt in tegenwoordigheid van Cornelis Carel Hermsen, oud 44 jaren, van beroep secretaris, en Nicolaas Wouter van Doesburgh, oud 31 jaren, van beroep notaris, alhier woonachtig.
(gezindte: Nederlands Hervormd). In 1870 geeft zij gratis onderwijs aan de dochters van de familie Verdoorn en Smit in Nijlstroom Zuid-Afrika.
5.  Johannes Gerard, geboren op vrijdag 21 februari 1851 om 23.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Jacob van Willegenburg; Johannes Philippus de Ronde). Geboorte is aangegeven door Heinrikus van Boeschoten, oud 34 jaren, van beroep winkelier, wonende alhier.
Is geboren ten zijne huize uit hem, comparant en zijne huisvrouw Antje de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente.
En hebben wij van gemelde verklaring deze acte opgemaakt, in tegenwoordigheid van Jacob van Willigenburg, oud 29 jaren, van beroep tuinman; en Johannes Philippus de Ronde, oud 53 jaren, van beroep veldwachter, beide alhier woonachtig.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op zaterdag 8 mei 1858 om 11.30 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) op 7-jarige leeftijd (aangifte door: Willem Abraham Adriaan Huijgens; Jan Hendrik Gladbeek). Overlijden is aangegeven door Willem Abraham Adriaan Huijgens, oud 49 jaren, van beroep gemeentesecretaris, niet verwant aan de overledene, en Jan Hendrik Gladbeek, van beroep timmerman, oud 39 jaren, niet verwant aan de overleden.
Is overleden in deze gemeente in het huis geteekend wijk A numero 121, zonder beroep, oud 7 jaren, geboren en gewoond hebbende alhier, zoon van Henricus van Boeschoten, grutter en Antje de Weerdt, zonder beroep, dezelfde huisvrouw beiden wonende alhier.

6.  Jeanette Wilhelmina (zie X.26).
7.  Antje Johanna Barta, geboren op zaterdag 11 juni 1853 om 18.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Johanna Philippus de Ronde; Anthonius Jarus Cornelius Marianus van Waveren). Geboorte is aangegeven door Heinrikus van Boeschoten, oud 36 jaren, winkelier, wonende alhier.
Is geboren ten zijne huize, uit hem comparant en zijne huisvrouw Antje de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente.
En hebben wij deze acte opgemaakt in tegenwoordigheid van: Johanna Philippus de Ronde, oud 55 jaren, van beroep veldwachter; en Anthonius Jarus Cornelius Marianus van Waveren, oud 32 jaren, van beroep stadsbode, beide woonachtig alhier.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op maandag 13 juni 1853 om 13.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht), 2 dagen oud (aangifte door: Henrikus van Boeschoten, Johanne Philippus de Ronde). Overlijden is aangegeven door Heinrikus van Boeschoten, oud 36 jaren, winkelier, vader van de overleden, en Johannes Philippus de Ronde, veldwachter, oud 55 jaren, goede bekende van de overledene, beide hier woonachtig.
Is overleden ten huize van de eersten comparant in den ouderdom van 2 dagen, zonder beroep, geboren en gewoond hebbende in deze gemeente, dochter van Heinrikus van Boeschoten, voornoemd, en van Antje de Weerdt, zonder beroep, mede alhier woonachtig.

8.  Heinrikus, geboren op vrijdag 28 april 1854 om 08.30 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Anthonius Janus Cornelius Marinus van Waveren; Hermanus Eenhuizen). De geboorte is aangegeven door Henrikus van Boeschoten, oud 37 jaren, van beroep grutter, wonende te Wijk bij Duurstede.
Is geboren binnen deze gemeente in het huis Wijk A no 121, uit zijne huisvrouw Antje de Weerdt, zonder beroep, wonende alhier.
Zijnde deze verklaring geschied in tegenwoordigheid van Anthonius Janus Cornelius Marinus van Waveren, oud 33 jaren, van beroep gemeentebode, en Hermanus Eenhuizen, oud 47 jaren, van beroep veldwachter, wonende beide te Wijk bij Duurstede.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op woensdag 3 januari 1866 te Schoemansdal, (Zuid-Afrika) op 11-jarige leeftijd. Heinrikus van Boeschoten is van Wijk bij Duurstede verhuisd naar Haarlem.
9.  Antje, geboren op zondag 23 november 1856 om 17.30 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Willem Abraham Aduaars Huijgens; Jan Henrik Gladbeek). De geboorte is aangegeven door Henricus van Boeschoten, oud 40 jaren, van beroep stoomfabrikant, wonende alhier wijk A no 121.
Is geboren ten zijne huize uit zijne huisvrouw Antje de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente.
En hebben wij van gemelde verklaring deze acte opgemaakt in tegenwoordigheid van Willem Abraham Aduaard Huijgens, oud 46 jaren, van beroep secretaris, en Jan Hendrik Gladbeek, oud 39 jaren, van beroep bouwmeester, beide alhier woonachtig.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden te Transvaal, (Zuid-Afrika).
10.  Sir. Johannes Gerard (John) (zie X.30).

X.20 Cornelis Boeschoten, van, Voorlezer en Scriba(1865), Onderwijzer(1868), Gouvernementsonderwijzer(1870), Schoolhoofd te Pretoria(1872), 2e Staatsklerk(1874), Translateur (Engels, Duits, Frans)(1875), Secretaris van de uitvoerende raad(1877),Staatsklerk(1881), Onderstaatssekretaris van externe zaken ( - 01-07-1898), gevolmachtigd minister ZAR in 's-Gravenhage, Transvaals gezantschapssecretaris (1900), geboren op woensdag 26 februari 1845 om 14.00 uur te Wijk bij Duurstede, (Utrecht) (aangifte door: Nicolaas Wouter van Doesburg; Gijsbertus van Waveren). Geboorte is aangegeven door Henricus van Boeschoten, oud 28 jaren, Winkelier, wonende alhier.
Is geboren ten zijne huize, uit hem comparant en Anna de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente des zelfde huisvrouw.
En hebben deze verklaring opgemaakt in tegenwoordigheid van Nicolaas Wouter van Doesburg, oud 28 jaren, Candidaat Notaris; en Gijsbertus van Waveren, oud 53 jaren, van beroep Huisschilder, beide alhier woonachtig.
(gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op donderdag 10 november 1927 om 20:30 uur te 's-Gravenhage, (Zuid-Holland) op 82-jarige leeftijd (aangifte door: Gerard Hendrik Bevers; Jan Timp). Het overlijden is aangegeven door Gerard Hendrik Bevers,oud vijf en vijftig jaren, en Jan Timp, oud zestig jaren, beiden wonende alhier, die verklaarden dat op den tienden dezer des namiddags om half negen in deze gemeente is overleden:
Cornelis van Boeschoten, oud twee en tachtig jaren, zonder beroep, geboren te Wijk bij Duurstede en wonende alhier, echtgenoot van Agatha Cornelia Hendriks, zijnde de ouders overleden, doch hunne namen bij de aangevers niet bekend.
 

Citaat uit het Vaderland d.d. 12-11-1927
 
Een schitterende Transvaalsche loopbaan
 
Dr. W.J. Leyds, oud-Staatssecretaris en gezant der Zuid-Afrikaansche Republiek, schrijft ons:
Donderdagavond is - gelijk in uw blad al is vermeld - ruim 80 jaren oud, hier ter stede overleden de heer C. van Boeschoten, een in Transvaalse kringen wijd en zijd bekend en geacht man.
In Nederland geboren, bracht hij het grootste deel van zijn leven in Zuid-Afrika door.
Reeds op zijn zestiende trok hij daarheen met zijn ouders.
Zijn vader, een welgesteld man, wilde voor zijn kinderen een betere toekomst scheppen dan hem in Europa mogelijk scheen en kocht in het noorden van Transvaal, in Zoutpansberg, grond om er een plantage van te maken.
Door tegenslagen vervolgd, liet hij aan zijn kinderen weinig na.
Van Boeschoten moest, om in zijn eigen onderhoud en dat zijner jonge broeders te voorzien, onderwijs geven, en verwierf daarmede zulk een naam, dat hij na enige jaren door de regering tot hoofd der openbare school te Pretoria werd benoemd, in welke functie hij grooten invloed ten goede en ter verspreiding van kennis der Hollandsche taal heeft geoefend.
Overgegaan naar het kantoor van den Staatssecretaris, doorliep hij daar alle rangen, en was daar nevens lange jaren secretaris van den Volksraad, tot hij eerst Onder-staatssecretaris van Binnenlandsche- en daarna van Buitenlandsche zaken werd.
Hij eindigde zijn loopbaan als eerste legatie-secretaris van het gezantschap der Zuid-Afrikaanse Republiek te Brussel, dat opgeheven werd. toen de Boeren na hun heldenstrijd bij den Vrede van Vereniging in 1902 de wapenen neerlegden.
 
Lange jaren, van 1884 tot 1902, heb ik dagelijks met dezen braven, arbeidzamen en bekwamen man mogen samenwerken, en het is mij een behoefte hulde te brengen aan de groote diensten die hij zijn nieuw vaderland heeft bewezen.
 
* * *
 
Van anderen zijde wordt ons nog medegedeeld dat de heer C. van Boeschoten, in 1845 in Nederland geboren, zijn eersten werkkring vond in Transvaal als onderwijzer, voorlopig zonder officieele aanstelling.
Deze werd hem eerst in 1867 verstrekt.
In 1872 werd hij benoemd tot gouvernementsonderwijzer te Pretoria, de stad waar zijn broer later burgemeester werd.
In die functie bleef hij werkzaam totdat hem eenige jaren later door de regering de betrekking werd aangeboden van 2de Staatsklerk.
In 1877 werd de heer van Boeschoten, op voorstel van Paul Kruger, destijds lid van den Uitvoerenden Raad, benoemd tot lid der Commissie naar Europa, welke benoeming hij echter niet kon aannemen.
Hij bekleedde ook in dien tijd de functies van chief clerk to the Colonial Secretary en van clerk of the Executorial Council.
Korten tijd daarna werd hij benoemd tot Staatsklerk en secretaris van den Uitvoerenden Raad.
In 1881 werd hij bovendien ook nog aangesteld, eerst tijdelijk, later permanent, als secretaris van den Volksraad.
Hetzelfde jaar bracht zijn bevordering tot onder-Staatssecretaris.
In dezen gecombineerde betrekkingen is hij jaren werkzaam gebleven.
Sinds 1887 was hij ook nog lid van den Raad van Examinatoren.
Verschillende regeringsopdrachten vielen hem ten deel.
Verschillende malen trad hij, bij afwezigheid van den Staatssecretaris, dr. Leyds, als waarnemend Staatssecretaris op en eveneens als waarnemend Regeringscommissaris der spoorwegen.
In 1896 werden er twee onder-staatssecretariaten in de Republiek in het leven geroepen: één voor binnelandse zaken en één voor buitenlandse zaken.
In de laatste betrekking werd de heer van Boeschoten benoemd.
In 1898 volgde zijn benoeming tot eerste secretaris van de Legatie en zaakgelastigde aan het gezantschap der Zuid-Afrikaanse Republiek in Europa.
Bijzonder werkkracht ontwikkelde hij in den tijd van den Jameson-inval in 1895.
Daar deze gebeurtenis in den vacantietijd viel en de meeste Regeringsautoriteiten afwezig waren, berustte het bestuur van het land voor een groot deel in zijn handen.
Later, toen hij zich hier gevestigd had, vergezelde hij Kruger bij diens reis door Europa.
Tot kort voor den dood van den president was de heer van Boeschoten in zijn onmiddelijke nabijheid.
Een jaar voor den wereldoorlog bracht hij nog een bezoek van enige maanden aan Transvaal en werd door zijn vele vrienden met open armen en vele eerbewijzen ontvangen.
De ontslapene was gerechtigd tot het dragen van eenige buitenlandsche onderscheidingen.
Begraven op zondag 13 november 1927 te 's-Gravenhage, (Zuid-Holland). Citaat uit de Nieuwe Rotterdamsche courant d.d. 14-11-1927
 
Begrafenis C. van Boeschoten.
 
Onder groote belangstelling is Zondag op de begraafplaats Nieuw-Eik en Duinen in Den Haag ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den heer C. van Boeschoten, oud-onderstaatssecretaris der voormalige Zuid-Afrikaanse Republiek.
In den stoet reden o.a. mee dr. Leyds, oud-staatssecretaris en dr. Lingbeek.
Op het kerkhof waren vele Afrikaners samen gekomen om den overledene de laatste eer te bewijzen.
In de rouwkamer heeft het eerst het woord gevoerd mr. dr. A. v.d. Flier, die, na een stuk uit den Bijbel te hebben voorgelezen, enkele troostwoorden sprak tot de nabestaanden en vervolgens in gebed voorging.
Dr. Leyds herinnerde in een korte toespraak aan den moeilijken tijd, welken hij samen met Van Boeschoten had meegemaakt.
Hij zou altijd de aangenaamste herinneringen aan den thans ontslapene bewaren en zegde hem dank voor de altijd ontvangen bewijzen van vriendschap.
De heer Trotsenburg herinnerde aan den zwaren tijd, welken Transvaal beleefd heeft in het laatst der vorige eeuw.
Engeland zou, zoo zeide hij, gaarne willen, dat deze zwarte bladzijde niet in het boek der geschiedenis geschreven was, maar zij is onuitwisbaar.
Van Boeschoten trok met zijn gezin ui de Transvaal, welk land te ruw en te zwaar verwoest werd, en begaf zich naar het lieflijke Nederland, waar hij gastvrij ontvangen werd.
Nadat nog mr. v.d. Flier, een schoonzoon van den overledene, enkele woorden van troost tot de kinderen had gericht, sprak de heer Bergsma namens de ambtenaren, die vroeger onder den heer van Boeschoten in Transvaal hebben gewerkt.
Onder zachte orgelmuziek werd de kist, gedekt door een palmtak, grafwaarts gedragen.
Aan de groeve dankte een zoon van den overledene voor de belangstelling.
Is eind 1859 vertrokken naar zuid Afrika.
In 1866 sterven zijn beide ouders aan malaria, en moet hij verder voor zijn broers en zusjes zorgen.
Cornelis van Boeschoten begon zijn loopbaan in 1865 als voorlezer en scriba van de N.Hervormde kerk van Schoemansdal.
Na de ontruiming van de gemeente vertrokken zij naar Marabastadt.
In 1868 werd hij aangesteld als onderwijzer in Zoutpansberg.
Daar heersten armoedige omstandigheden: hij schreef een brief naar de regering, waarin hij vroeg om de meest noodzakelijke schoolbehoeften, zijn achterstallig salaris en een verhoging, die hij ook kreeg.
In 1870 krijgt hij een baan aangeboden als gouvernementsonderwijzer in Nijlstroom en tegelijkertijd geeft hij priveonderwijs aan de kinderen van Verdoorn en Smit in Waterberg.
Hiervoor krijgt hij 100 pond per jaar plus een woning.
Zijn zuster Johanna Wilhelmina geeft gratis onderwijs aan de dochters van de familie.
In 1872 wordt hij aangesteld tot gouvernementsonderwijzer en schoolhoofd in Pretoria.
In 1874 wordt hij benoemd tot 2e staatsklerk (salaris 200 pond) en het jaar daarop als translateur Engels, Duits, en Frans.
 
Zijn politieke loopbaan begint enkele dagen na de annexatie van de Zuidafrikaanse Republiek, wanneer hij op voorstel van Paul Kruger (die toen nog geen president was) benoemd wordt als lid van de eerste 'Vryheidsdeptasie' naar Europa.
Hetzelfde jaar (1877) Trouwt hij in Pretoria met Agatha Cornelia Hendriks, geboren in 1849 te Renkum, dochter van Frederik Hendrik Hendriks en Henrica Wilhelmina de Gay Fortman en van beroep 'hulponderwijzeresje'.
Hun eerste drie kinderen stierven kort na hun geboorte.
Daarna kregen zij nog 4 kinderen.
 
Dan klimt hij langzaam op op de diplomatieke ladder: in 1881 staatsklerk (300 pond), secretaris van de Uitvoerende raad (110 pond).
Hij werkte nauw samen met Dr. W.J.Leyds, een bekwaam jurist die speciaal door Kruger naar Z.Afrika gehaald is en in die periode Staatssekretaris (minister van Buitenlandse Zaken) was.
Cornelis had een zeer verantwoordelijke post, want vrijwel gedurende de gehele periode (1889-1896) heeft hij Leyds vervangen als Staatssecretaris die afwezig was in Europa wegens ziekte.
En het was een zeer kritieke tijd (Jameson-inval), de onafhankelijkheid van de Oranje-Vrijstaat stond op het spel.
Deze verantwoordelijkheid en overlast werd hem tenslotte te veel.
In 1897 schrijft hij een brief aan Leyds, waarin hij zegt dat de situatie op het ministerie oncontroleerbaar is geworden en dat 'Voor het belang des lands' het noodzakelijk is dat de staatssecretaris zelf precies weet wat er op zijn ministerie gebeurt.
Hoewel hij zelf baat heeft bij zijn aanstelling als waarnemend secretaris en hij van het salaris van ondersecretaris niet rond kan komen, vraagt hij uiteindelijk ontslag en vraagt een diplomatieke aanstelling in het buitenland.
In juli 1898 wordt hem een afscheidsdiner aangeboden en wordt hij aangesteld als Eerste Secretaris van Legatie en Zaakgelastigde van het Gezantschap der Z.Afrikaanse Republiek in Europa (1500 pond).
Dat jaar vertrekt ook Leyd naar Europa als Buitengewoon gezant en Gevolmachtigde Minister van de ZAR.
Cornelis vertrok echter nog niet meteen,
Na de Britse inname van Pretoria (5-6-1900) heeft hij Kruger en zijn regering aan de Oosterlyn, Delagoa bay railway voor geheime besprekingen ontmoet en daarna is hij naar Europa terug gekeerd, waar hij zich tenslotte in 's-Gravenhage vestigde.
Tijdens de ballingschap van Kruger en tot kort voor zijn dood heeft hij gediend als 'Hoof van Diens'.
 
Aanvankelijk dacht Cornelis er nog aan naar Z.Afrika terug te keren, maar het dure leven in Pretoria en de Engelse heerschappij schrokken hem af en hij heeft alleen nog een kort bezoek gebracht in 1913.
In 1925 heeft hij verscheidene artikelen over president Kruger gepubliseerd in het maandblad Zuid-Afrika (Amsterdam).
Ook Leyds heeft verschillende historische boeken geschreven.
In het Nasionale Kultuurhistoriese en Opelugmuseum in Pretoria hangt een portret van Cornelis.
Volgens het Suid-Afrikaanse Biografiese Woordenboek zal 'van Boeschoten onthou word as 'n bekwame onderwyser en een van die medebouers van die ZAR' en is hij in 1890 onderscheiden met de orde van Jesus Christus (Portugal).
Zoon van Heinricus Boeschoten, van (zie IX.12) en Antje (Anna) Weerdt, de.
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op maandag 5 november 1877 te Pretoria, (Zuid-Afrika) met Agatha Cornelia Hendriks, 28 jaar oud, Hulponderwijzeresje, geboren op dinsdag 23 oktober 1849 te Oosterbeek, (Gelderland) (gezindte: Nederlands Hervormd), overleden op vrijdag 15 april 1932 te 's-Gravenhage, (Zuid-Holland) op 82-jarige leeftijd,
, begraven op maandag 18 april 1932 te 's-Gravenhage, (Zuid-Holland), dochter van Frederik Hendrik Hendriks, landschapsschilder, en Henrica Wilhelmina Gay Fortman, de.
Uit dit huwelijk:
1.  Cornelis George, student te Delft, geboren op vrijdag 24 december 1880 om 19:30 uur te Utrecht, (Utrecht) (aangifte door: Hermanus Johannes de Ligt; Nicolaas Marinus de Ligt). Geboorte is aangegeven door Cornelis van Boeschoten, zonder beroep, oud 35 jaren, wonende alhier in de Nagtegaalstraat I 59.
De geboorte heeft plaats gevonden uit zijne wettige vrouw Agatha Cornelia Hendriks, zonder beroep ten zijne huize.
Deze verklaring is gedaan in tegenwoordigheid van: Hermanus Johannes de Ligt, schilder, oud 28 jaren; en Nicolaas Marinus de Ligt, student, oud 24 jaren.
Overleden voor 1890 te Pretoria, (ZA).
2.  Agatha Cornelia (Aa) (tante Aa) (zie XI.3).
3.  Johanna Wilhelmina (Dolly) (tante Dolly), geboren op donderdag 16 oktober 1884 te Pretoria (ZA), overleden >10111927.
Ondertrouwd op zondag 28 april 1912 te Rijswijk, (Zuid-Holland), gehuwd op 27-jarige leeftijd op donderdag 9 mei 1912 te Rijswijk, (Zuid-Holland). Heden, den negenden mei negentienhonderd twaalf verschenen voor mij, ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Eijswijk, in het huis der gemeente, ten einde een huwelijk aan te gaan:
 
Wilhelm Erwin Auer, oud vijf en dertig jaren, directeur ener melkfabriek, geboren te Reutin en wonende te Riekenbach, gemeente Reutin in Beieren (Duitsland(, meerderjarige zoon van Wilhelm Auer, overleden en van Paulina Stütz, zonder beroep, wonende te Riekenbach, voornoemd
 
Johanna Wilhelmina van Boeschoten, oud zeven en twintig jaren, zonder beroep, geboren te Pretoria en wonende alhier, meerderjarige dochter van Cornelis van Boeschoten, oud zevn en zestig jaren en van Agatha Cornelia Hendriks, oud twee en zestig jaren, beiden zonder beroep en alhier woonachtig.
Verklarende de ouders van de bruid hierbij tegenwoordig, hunne toestemming te geven tot de voltrekking van dit huwelijk.
 
Daar geene beletselen tegen de voltrekking van dit huwelijk te mijner kennis zijn gebracht, en de afkondigingen in deze Gemeente op zondagen den een en twintigsten en den acht en twintigsten april zonder stuiting zijn geloopen, heb ik de comparanten in het openbaar afgevraagd, of zij elkander aannemen tot echtgenooten en getrouw de plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat verbonden zijn.
Nadat deze vragen door beiden toestemmend beantwoord weren, is door mij in naam der wet verklaard, dat zij door den echt aan elkaar zijn verbonden.
 
Waarvan deze akte is opgemaakt in tegenwoordigheid van: Marius Jacobus van der Flier, oud een en dertig jaren, advocaat en procureur, wonende te 's-Gravenhage, zwager des bruid; Cornelis George van Boeschoten, oud een en twintig jaren, student, wonende te Delft, broeder des bruid; Alexander Karel Willem Arntzenius, oud zes en twintig jaren, student, wonende te Leiden, en Herman Johannes de Ligt, oud zestig jaren, zonder beroep, wonende te Utrecht, oom van de bruid.
Na voorlezing van de akte, geteekend door de gehuwden, de ouders van de bruid, de getuigen en mij, Ambtenaar voornoemd.
ha545.jpg
met Wilhelm Erwin Auer, directeur ener melkfabriek (1912), geboren 1877 te Reutin, Beieren, overleden >10111927, zoon van Wilhelm Auer en Paulina Stütz.
4.  Liana Johanna (Tilly) (tante Tilly) (zie XI.7).
5.  Ir. Cornelis George (Boetie) (opa Boe) (zie XI.8).
6.  stierf kort na de geboort.
7.  stierf kort na de geboorte.

Homepage | E-mail