Eerste blad    Vorig blad    Blad 5 van 77 bladen Volgend blad    Laatste blad

Cornelis Boeschoten, van

Cornelis Boeschoten, van

X.23 Boeschoten, van, Cornelis, Voorlezer en Scriba(1865), Onderwijzer(1868), Gouvernementsonderwijzer(1870), Schoolhoofd te Pretoria(1872), 2e Staatsklerk(1874), Translateur (Engels, Duits, Frans)(1875), Secretaris van de uitvoerende raad(1877),Staatsklerk(1881), Onderstaatssekretaris van externe zaken ( - 01-07-1898), gevolmachtigd minister ZAR in 's-Gravenhage, Transvaals gezantschapssecretaris (1900).
 
Geboren op 26-02-1845 om 14.00 uur te Wijk bij Duurstede, (UT) (aangifte door: Nicolaas Wouter van Doesburg; Gijsbertus van Waveren).
 
[Transcriptie akte van geboorte]
Heden den zes en twintigsten februari achttien honderd vijf en veertig, is voor ons Wethouder, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der Stad Wyk by duurstede, verschenen,
Henricus van Boeschoten, oud acht en twintig jaren, Winkelier, wonende alhier, welke ons heeft verklaard dat op den zes en twintigsten dezer maand des namiddags ten twee ure, ten zijne huize, uit hem comparant en Anna de Weerdt, zonder beroep, wonende in deze gemeente des zelfde huisvrouw is geboren een kind van het mannelijk geslacht, hetwelk genaamd zal worden Cornelis.
 
En hebben deze verklaring opgemaakt, in tegenwoordigheid van den Heer Nicolaas Wouter van Doesburg, oud acht en twintig jaren, Candidaat Notaris; en Gijsbertus van Waveren, oud drie en vijftig jaren, van beroep Huisschilder, beide alhier woonachtig.
Na voorlezing hebben wij deze acte met den comparant en de getuigen getekend.

(gezindte: Nederlands Hervormd).
Is eind 1859 vertrokken naar zuid Afrika.
In 1866 sterven zijn beide ouders aan malaria, en moet hij verder voor zijn broers en zusjes zorgen.
Cornelis van Boeschoten begon zijn loopbaan in 1865 als voorlezer en scriba van de N.Hervormde kerk van Schoemansdal.
Na de ontruiming van de gemeente vertrokken zij naar Marabastadt.
In 1868 werd hij aangesteld als onderwijzer in Zoutpansberg.
Daar heersten armoedige omstandigheden: hij schreef een brief naar de regering, waarin hij vroeg om de meest noodzakelijke schoolbehoeften, zijn achterstallig salaris en een verhoging, die hij ook kreeg.
In 1870 krijgt hij een baan aangeboden als gouvernementsonderwijzer in Nijlstroom en tegelijkertijd geeft hij priveonderwijs aan de kinderen van Verdoorn en Smit in Waterberg.
Hiervoor krijgt hij 100 pond per jaar plus een woning.
Zijn zuster Johanna Wilhelmina geeft gratis onderwijs aan de dochters van de familie.
In 1872 wordt hij aangesteld tot gouvernementsonderwijzer en schoolhoofd in Pretoria.
In 1874 wordt hij benoemd tot 2e staatsklerk (salaris 200 pond) en het jaar daarop als translateur Engels, Duits, en Frans.
 
Zijn politieke loopbaan begint enkele dagen na de annexatie van de Zuidafrikaanse Republiek, wanneer hij op voorstel van Paul Kruger (die toen nog geen president was) benoemd wordt als lid van de eerste 'Vryheidsdeptasie' naar Europa.
Hetzelfde jaar (1877) Trouwt hij in Pretoria met Agatha Cornelia Hendriks, geboren in 1849 te Renkum, dochter van Frederik Hendrik Hendriks en Henrica Wilhelmina de Gay Fortman en van beroep 'hulponderwijzeresje'.
Hun eerste drie kinderen stierven kort na hun geboorte.
Daarna kregen zij nog 4 kinderen.
 
Dan klimt hij langzaam op op de diplomatieke ladder: in 1881 staatsklerk (300 pond), secretaris van de Uitvoerende raad (110 pond).
Hij werkte nauw samen met Dr. W.J.Leyds, een bekwaam jurist die speciaal door Kruger naar Z.Afrika gehaald is en in die periode Staatssekretaris (minister van Buitenlandse Zaken) was.
Cornelis had een zeer verantwoordelijke post, want vrijwel gedurende de gehele periode (1889-1896) heeft hij Leyds vervangen als Staatssecretaris die afwezig was in Europa wegens ziekte.
En het was een zeer kritieke tijd (Jameson-inval), de onafhankelijkheid van de Oranje-Vrijstaat stond op het spel.
Deze verantwoordelijkheid en overlast werd hem tenslotte te veel.
In 1897 schrijft hij een brief aan Leyds, waarin hij zegt dat de situatie op het ministerie oncontroleerbaar is geworden en dat 'Voor het belang des lands' het noodzakelijk is dat de staatssecretaris zelf precies weet wat er op zijn ministerie gebeurt.
Hoewel hij zelf baat heeft bij zijn aanstelling als waarnemend secretaris en hij van het salaris van ondersecretaris niet rond kan komen, vraagt hij uiteindelijk ontslag en vraagt een diplomatieke aanstelling in het buitenland.
In juli 1898 wordt hem een afscheidsdiner aangeboden en wordt hij aangesteld als Eerste Secretaris van Legatie en Zaakgelastigde van het Gezantschap der Z.Afrikaanse Republiek in Europa (1500 pond).
Dat jaar vertrekt ook Leyd naar Europa als Buitengewoon gezant en Gevolmachtigde Minister van de ZAR.
Cornelis vertrok echter nog niet meteen,
Na de Britse inname van Pretoria (5-6-1900) heeft hij Kruger en zijn regering aan de Oosterlyn, Delagoa bay railway voor geheime besprekingen ontmoet en daarna is hij naar Europa terug gekeerd, waar hij zich tenslotte in 's-Gravenhage vestigde.
Tijdens de ballingschap van Kruger en tot kort voor zijn dood heeft hij gediend als 'Hoof van Diens'.
 
Aanvankelijk dacht Cornelis er nog aan naar Z.Afrika terug te keren, maar het dure leven in Pretoria en de Engelse heerschappij schrokken hem af en hij heeft alleen nog een kort bezoek gebracht in 1913.
In 1925 heeft hij verscheidene artikelen over president Kruger gepubliseerd in het maandblad Zuid-Afrika (Amsterdam).
Ook Leyds heeft verschillende historische boeken geschreven.
In het Nasionale Kultuurhistoriese en Opelugmuseum in Pretoria hangt een portret van Cornelis.
Volgens het Suid-Afrikaanse Biografiese Woordenboek zal 'van Boeschoten onthou word as 'n bekwame onderwyser en een van die medebouers van die ZAR' en is hij in 1890 onderscheiden met de orde van Jesus Christus (Portugal).
 

Overleden op 10-11-1927 om 20:30 uur te 's-Gravenhage, (ZH) op 82-jarige leeftijd (aangifte door: Gerard Hendrik Bevers; Jan Timp).
 
[Transcriptie acte van overlijden]
Heden den Twaalfden november negentien honderd zeven en twintig verschenen voor mij Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente 's-Gravenhage, Gerard Hendrik Bevers,oud vijf en vijftig jaren, en Jan Timp, oud zestig jaren, beiden wonende alhier, die verklaarden dat op den tienden dezer des namiddags om half negen in deze gemeente is overleden:
Cornelis van Boeschoten, oud twee en tachtig jaren, zonder beroep, geboren te Wijk bij Duurstede en wonende alhier, echtgenoot van Agatha Cornelia Hendriks, zijnde de ouders overleden, doch hunne namen bij de aangevers niet bekend.
Hiervan is deze akte opgemaakt, die overeenkomstig de wet is voorgelezen.
 
[Citaat uit het Vaderland d.d. 12-11-1927]
Een schitterende Transvaalsche loopbaan
 
Dr. W.J. Leyds, oud-Staatssecretaris en gezant der Zuid-Afrikaansche Republiek, schrijft ons:
Donderdagavond is - gelijk in uw blad al is vermeld - ruim 80 jaren oud, hier ter stede overleden de heer C. van Boeschoten, een in Transvaalse kringen wijd en zijd bekend en geacht man.
In Nederland geboren, bracht hij het grootste deel van zijn leven in Zuid-Afrika door.
Reeds op zijn zestiende trok hij daarheen met zijn ouders.
Zijn vader, een welgesteld man, wilde voor zijn kinderen een betere toekomst scheppen dan hem in Europa mogelijk scheen en kocht in het noorden van Transvaal, in Zoutpansberg, grond om er een plantage van te maken.
Door tegenslagen vervolgd, liet hij aan zijn kinderen weinig na.
Van Boeschoten moest, om in zijn eigen onderhoud en dat zijner jonge broeders te voorzien, onderwijs geven, en verwierf daarmede zulk een naam, dat hij na enige jaren door de regering tot hoofd der openbare school te Pretoria werd benoemd, in welke functie hij grooten invloed ten goede en ter verspreiding van kennis der Hollandsche taal heeft geoefend.
Overgegaan naar het kantoor van den Staatssecretaris, doorliep hij daar alle rangen, en was daar nevens lange jaren secretaris van den Volksraad, tot hij eerst Onder-staatssecretaris van Binnenlandsche- en daarna van Buitenlandsche zaken werd.
Hij eindigde zijn loopbaan als eerste legatie-secretaris van het gezantschap der Zuid-Afrikaanse Republiek te Brussel, dat opgeheven werd. toen de Boeren na hun heldenstrijd bij den Vrede van Vereniging in 1902 de wapenen neerlegden.
 
Lange jaren, van 1884 tot 1902, heb ik dagelijks met dezen braven, arbeidzamen en bekwamen man mogen samenwerken, en het is mij een behoefte hulde te brengen aan de groote diensten die hij zijn nieuw vaderland heeft bewezen.
 
* * *
 
Van anderen zijde wordt ons nog medegedeeld dat de heer C. van Boeschoten, in 1845 in Nederland geboren, zijn eersten werkkring vond in Transvaal als onderwijzer, voorlopig zonder officieele aanstelling.
Deze werd hem eerst in 1867 verstrekt.
In 1872 werd hij benoemd tot gouvernementsonderwijzer te Pretoria, de stad waar zijn broer later burgemeester werd.
In die functie bleef hij werkzaam totdat hem eenige jaren later door de regering de betrekking werd aangeboden van 2de Staatsklerk.
In 1877 werd de heer van Boeschoten, op voorstel van Paul Kruger, destijds lid van den Uitvoerenden Raad, benoemd tot lid der Commissie naar Europa, welke benoeming hij echter niet kon aannemen.
Hij bekleedde ook in dien tijd de functies van chief clerk to the Colonial Secretary en van clerk of the Executorial Council.
Korten tijd daarna werd hij benoemd tot Staatsklerk en secretaris van den Uitvoerenden Raad.
In 1881 werd hij bovendien ook nog aangesteld, eerst tijdelijk, later permanent, als secretaris van den Volksraad.
Hetzelfde jaar bracht zijn bevordering tot onder-Staatssecretaris.
In dezen gecombineerde betrekkingen is hij jaren werkzaam gebleven.
Sinds 1887 was hij ook nog lid van den Raad van Examinatoren.
Verschillende regeringsopdrachten vielen hem ten deel.
Verschillende malen trad hij, bij afwezigheid van den Staatssecretaris, dr. Leyds, als waarnemend Staatssecretaris op en eveneens als waarnemend Regeringscommissaris der spoorwegen.
In 1896 werden er twee onder-staatssecretariaten in de Republiek in het leven geroepen: één voor binnelandse zaken en één voor buitenlandse zaken.
In de laatste betrekking werd de heer van Boeschoten benoemd.
In 1898 volgde zijn benoeming tot eerste secretaris van de Legatie en zaakgelastigde aan het gezantschap der Zuid-Afrikaanse Republiek in Europa.
Bijzonder werkkracht ontwikkelde hij in den tijd van den Jameson-inval in 1895.
Daar deze gebeurtenis in den vacantietijd viel en de meeste Regeringsautoriteiten afwezig waren, berustte het bestuur van het land voor een groot deel in zijn handen.
Later, toen hij zich hier gevestigd had, vergezelde hij Kruger bij diens reis door Europa.
Tot kort voor den dood van den president was de heer van Boeschoten in zijn onmiddelijke nabijheid.
Een jaar voor den wereldoorlog bracht hij nog een bezoek van enige maanden aan Transvaal en werd door zijn vele vrienden met open armen en vele eerbewijzen ontvangen.
De ontslapene was gerechtigd tot het dragen van eenige buitenlandsche onderscheidingen.

Begraven op 13-11-1927 te 's-Gravenhage, (ZH). Citaat uit de Nieuwe Rotterdamsche courant d.d. 14-11-1927
 
Begrafenis C. van Boeschoten.
 
Onder groote belangstelling is Zondag op de begraafplaats Nieuw-Eik en Duinen in Den Haag ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den heer C. van Boeschoten, oud-onderstaatssecretaris der voormalige Zuid-Afrikaanse Republiek.
In den stoet reden o.a. mee dr. Leyds, oud-staatssecretaris en dr. Lingbeek.
Op het kerkhof waren vele Afrikaners samen gekomen om den overledene de laatste eer te bewijzen.
In de rouwkamer heeft het eerst het woord gevoerd mr. dr. A. v.d. Flier, die, na een stuk uit den Bijbel te hebben voorgelezen, enkele troostwoorden sprak tot de nabestaanden en vervolgens in gebed voorging.
Dr. Leyds herinnerde in een korte toespraak aan den moeilijken tijd, welken hij samen met Van Boeschoten had meegemaakt.
Hij zou altijd de aangenaamste herinneringen aan den thans ontslapene bewaren en zegde hem dank voor de altijd ontvangen bewijzen van vriendschap.
De heer Trotsenburg herinnerde aan den zwaren tijd, welken Transvaal beleefd heeft in het laatst der vorige eeuw.
Engeland zou, zoo zeide hij, gaarne willen, dat deze zwarte bladzijde niet in het boek der geschiedenis geschreven was, maar zij is onuitwisbaar.
Van Boeschoten trok met zijn gezin ui de Transvaal, welk land te ruw en te zwaar verwoest werd, en begaf zich naar het lieflijke Nederland, waar hij gastvrij ontvangen werd.
Nadat nog mr. v.d. Flier, een schoonzoon van den overledene, enkele woorden van troost tot de kinderen had gericht, sprak de heer Bergsma namens de ambtenaren, die vroeger onder den heer van Boeschoten in Transvaal hebben gewerkt.
Onder zachte orgelmuziek werd de kist, gedekt door een palmtak, grafwaarts gedragen.
Aan de groeve dankte een zoon van den overledene voor de belangstelling.

Zoon van Boeschoten, van, Heinricus (zie IX.13) en Weerdt, de, Antje (Anna).
Gehuwd op 32-jarige leeftijd op 05-11-1877 te Pretoria, (Zuid-Afrika).
 
Echtgenote is Hendriks, Agatha Cornelia, 28 jaar oud, hulponderwijzeres.
 
Geboren op 23-10-1849 om 15:00 uur te Oosterbeek, (GD) (aangifte door: Peter Leonardus Lambertus Oerder; Jan van Rees).
 
[Transcriptie akte van geboorte]
Op heden den vier en twintigsten october des jaars achttien honderd negen en veertig, is voor Ons Johannes Backer, Burgemeester, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, der Gemeente Renkum, Provincie Gelderland, verschenen:
Frederik Hendrik Hendriks, oud een en veertig jaren, van beroep kunstschilder, wonende te Oosterbeek in deze gemeente welke ons heeft verklaard, dat zijne huisvrouw Hendrica Wilhelmina de Gaij Fortman, oud negen en dertig jaren, zonder beroep op dinsdag den drie en twintigsten october dezes jaars des namiddag ten drie ure, ten zijnen huize te oosterbeek binnen deze gemeente is bevallen van een kind van het vrouwelijk geslacht, aan hetwelk hij verklaard heeft dat door hem de voornamen van Agatha Cornelia zijn gegeven.
 
Deze verklaring is geschied in tegenwoordigheid van Peter Leonardus Lambertus Oerder, oud vijf en twintig jaren, van beroep kunstschilder en Jan van Rees, oud zes en vijftig jaren, van beroep landbouwer wonende beide te Oosterbeek, opzettelijke daartoe medegebragte getuigen; en is daarvan opgemaakt deze acte die na voorlezing door ons, den comparant en beide getuigen is geteekend.

(gezindte: Nederlands Hervormd).
Overleden op 15-04-1932 om 02:00 uur te 's-Gravenhage, (ZH) op 82-jarige leeftijd (aangifte door: Johannes Jacobus Roelofs; Johan du Chatinier).
 
[Transcriptie acte van overlijden]
Heden den zestienden april negentienhonderd twee en dertig verschenen voor mij, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente 's-Gravenhage, Johannes Jacobus Roelofs, oud vijftig jaren en Johan du Chatinier, oud zestig jaren, bode, wonende alhier, die verklaarden, dat op den vijftienden deze, des voor-middags ten twee ure, in deze gemeente is overleden:
Agatha Cornelia Hendriks, oud een en tachtig jaren, zonder beroep, geboren te Oosterbeek, gemeente Renkum en wonende alhier, weduwe van Cornelis van Boeschoten, zijnde verdere gegevens den aangevers niet bekend.
Hiervan is deze akte opgemaakt, die overeenkomstig de Wet is voorgelezen.

Begraven op 18-04-1932 te 's-Gravenhage, (ZH). Is begraven op de begraafplaats niew eik en duin, te 's-Gravenhage, (ZH).
Dochter van Hendriks, Frederik Hendrik, landschapsschilder, en Gay Fortman, de, Henrica Wilhelmina.
Uit dit huwelijk:
1.  Boeschoten, van, Cornelis George.
 
Geboren op 24-12-1880 om 19:30 uur te Utrecht, (UT) (aangifte door: Hermanus Johannes de Ligt; Nicolaas Marinus de Ligt).
 
[Transcriptie akte van geboorte]
Op heden den zevenentwintigsten Ddecember achttien honderd tachtig, is voor ons ondergeteekende Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der stad Utrecht, in het huis der Gemeente, verschenen:
Cornelis van Boeschoten, zonder beroep, oud vijf en dertig jaren, wonende alhier in de Nagtegaalstraat I 59, welke ons verklaard heeft, dat op den vierentwintigsten dezer maand, des avonds ten half acht ure zijne wettige vrouw Agatha Cornelia Hendriks, zonder beroep ten zijne huize bevallen is van een kind van het mannelijk geslacht, waaraan men geven zal devoornemen Cornelis George.
 
Deze verklaring gedaan in tegenwoordigheid van: Hermanus Johannes de Ligt, schilder, oud achtentwintig jaren; en Nicolaas Marinus de Ligt, student, oud 24 jaren, wonende beide alhier, waarvan wij deze akte hebben opgemaakt en voorgelezen aan de aangever en de getuigen, die met ons geteekend hebben.

Overleden voor 1890 te Pretoria, (ZA).
 
2.  Boeschoten, van (tante Aa), Agatha Cornelia (Aa), geboren op 14-08-1882 te Pretoria (Zuid-Afrika) (zie XI.3).
3.  Boeschoten, van (tante Dolly), Johanna Wilhelmina (Dolly), geboren op 16-10-1884 te Pretoria (ZA) (zie XI.5).
4.  Boeschoten, van (tante Tilly), Liana Johanna (Tilly), geboren op 08-11-1888 te Pretoria, (Zuid-Afrika) (zie XI.7).
5.  Boeschoten, van (opa Boe), Ir. Cornelis George (Boetie), geboren op 14-11-1890 te Pretoria, Transvaal, (Zuid-Afrika) (zie XI.8).
6.  Boeschoten, van.
 
 
stierf kort na de geboort.
 
7.  Boeschoten, van.
 
 
stierf kort na de geboorte.
 


Eerste blad    Vorig blad    Blad 5 van 77 bladen Volgend blad    Laatste blad

Homepage | E-mail